Het einde van de Fiesta

Mijn zuster speelde vroeger volleybal. Het kon niemand schelen. Mij zeker niet. Ik heb nooit geloofd dat mijn zuster Door Edele Sport Een Edeler Mens kon worden. Bovendien was ik een aanhanger des netbal. Ik kon heel goed netballen. Ik was een troef in de ploeg, zo hard kon ik gooien. Maar in het tweede middelbaar veranderde netbal ineens in een sport voor onnozelaars. Om erbij te horen moest je volleyballen. Ik heb mij nooit willen voegen. Ik hoedde mij voor blauwe spikkels op het vel van mijn onderarmen. En als ik iemand receptie hoorde schreeuwen moest ik plassen. De bots van zo’n receptie schoot me door het beenmerg. Mensenlief mijn ellepijp! Maar mijn zuster vond het een aangenaam tijdverdrijf.

Twee keer per week ging zij naar de sporthal. Daar draaide zij haar schouder in de vernieling, deed ze scherven van haar knieën springen. In het weekend was het match. Dan nam mijn zuster het op tegen ploegen als Opglabbeek en Zutendaal. Terwijl ik van mening was geen oorlog te voeren met dwaze volkeren. Het kon me allemaal niet boeien, de hele volleybal niet. Tot mijn zuster haar rijbewijs haalde en ineens met de auto van mijn moeder naar de sporthal wilde. Om te volleyballen. Terwijl ik de auto van mijn moeder nodig had om pakweg directeurs van worstenfabrieken te gaan interviewen. Uiteraard is het voor de lezer meteen duidelijk welke activiteit voorrang had. Maar mijn zuster verzette zich tamelijk wild tegen de normale gang van zaken.

Mijn moeder bedacht daarop een oplossing. Met zijn drieën reden wij naar de sporthal, waar mijn zuster een straat eerder uitstapte om te vermijden dat die van de volleybal haar familie konden zien. Daarna reed mijn moeder naar de redactie van de krant waar ik samen met een fotograaf verder reed naar directeurs van worstenfabrieken. Ik vond het allemaal weinig professioneel. Vooral wanneer ik na het interview op de redactie naar mijn moeder moest bellen met de woorden: Ik ben klaar. Komt ge mij halen. Om een carrière in de media op de rails te krijgen is zulks weinig geschikt. Een sullig imago loerde om de hoek!

Kortom, de lezer kan zich het moment de gloire voorstellen toen ik een auto voor mij alleen kreeg,  een splinternieuwe Ford Fiesta 1900 Diesel mét airco. Los van mijn zuster en de volleybal. Het was op een avond in januari toen ik hem voor het eerst zag. Ik stond aan de receptie van de krant te wachten. Door de glazen deur staarde ik vol verwachting de duisternis in. Tot ik ineens mijn vader zag. Hij reed de parking op in een autootje dat hem van geen kanten paste. Maar oh wat was het mooi, de kop van mijn vader in het schijnsel van een straatlamp. En ook jaren later was de Fiesta me een plezier. Ik heb er weliswaar wel eens een verkeerde man in gekust, maar over het algemeen bracht de Fiesta mij netjes waar ik zijn moest.

De Fiesta heeft intussen 250.000 kilometer op de teller. Het doet me even veel pijn als de Fiesta zelf. Er zit roest op ons beider flanken. Het jonge is eraf. Zeker nu ik weet dat de Fiesta nog nul euro waard is. Sterker nog, zei de man van de garage, het kost 125 euro om je Fiesta te  recycleren. En het Oostblok, mevrouw, daar zijn ze intussen ook slimmer dan dat. De autoverkoper trapte me op mijn ziel. Die mens zou me niks verkopen. Daarop ben ik met een gevaarlijk mengsel van boos en teleurgesteld in de Fiesta gestapt en naar huis gereden. Ik was nog niet goed binnen of mijn zuster belde. Om te zeggen dat de ploeg gewonnen had met volleyballen.

8 gedachten over “Het einde van de Fiesta”

  1. Volgens mij heeft er nooit zoiets bestaan als een Ford Fiesta 1900 diesel. Een 1800 diesel wel. Doch dit zijn bijzaken, vaneigens. En ik kan me vergissen.
    Maalt u om de indrukken van anderen, beste tante? Mijn diesels halen immer de 4- à 500.000 km. Nog geen klant horen zuchten, eigenlijk. Veeleer uitlatingen van be-/verwondering gehoord.

  2. op het risico van slaag te krijgen:
    @ tante: denkt ge dat er een verschil is tussen een kar van 250.000 en 500.000km? allez, qua indruk maken op andere mensen dan?

  3. Met een half miljoen kunt ge de medemens wijsmaken dat ge de wereld gezien hebt. Als ge dat met 250.000 km probeert, zullen spot en vernedering uw deel zijn.

    Een échte auto heeft minstens 350.000 op de teller.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *