Het hoedje

Het kostte maar 3,50 euro. Het was een belediging voor het hoedje, en nog meer voor de mevrouw van wie het hoedje was. Voor de spiegel zette ik het op. Het gaf me een surplus van pluis! Het was een oud hoedje. Dat kon je zien. Ze maken zo geen hoedjes meer. Het was niet gierig gevoerd en de binnenkant was afgezoomd met degelijk riblint. Kapelusz damski, stond erin, dameshoedje, in het Pools.

Natuurlijk heb ik het gekocht. Want ik heb een boon voor Polen. Ze hebben slaag gekregen langs rechts. Ze hebben rammel gekregen langs links. In Polen weten ze dat de miserie van alle kanten kan komen. Laatst liep ik door de bibliotheek van Krakow. In de gang stond een kast vol lades met kaartjes. Katalog Alfabetyczny, zeiden de letters. Maar één lade was weg. Het was een zwart gat in de kast. Alsof die Polen weten dat het leven zich nooit helemaal laat klasseren.

Ik betaalde het hoedje en vertrok eleganter dan voorheen. Ik dacht aan de mevrouw van wie het hoedje was. En ik dacht aan de gedachten die vroeger onder haar hoedje zaten. Hoeveel zloty voor twee Poolse spekworsten en een zak met paddestoelen op de markt van Stary Kleparz?
Of misschien waren de gedachten poëzie. Tenslotte was Wislawa Szymborska van Polen. Die heeft de nobelprijs voor literatuur gewonnen! Die typte er niet naast! Ze heeft een gedicht geschreven over een eiland dat Utopia heet. Het is een eiland waar alles wordt opgehelderd en waar je op vaste bewijsgrond kunt staan. Maar voor de rest is er niemand op Utopia. Het eiland is onbewoond. In Polen kunnen ze moeilijk voorbij de waarheid. Daarom is hun hoestsiroop ook zo lekker.

Poolse hoestsiroop is geen échte hoestsiroop, maar het smaakt naar de lepeltjes kindermedicijn van vroeger. Er zitten kersen in, en vodka. Wisniowa heet het. En je kunt het van de fles drinken. Poolse hoestsiroop is beter dan échte hoestsiroop. Zulke gedachten hebben wellicht nooit eerder in het hoedje gezeten. De mevrouw van wie het was, was een net mens. Dat kun je merken aan haar hoedje. Zij droeg een donkerblauwe, wollen mantel en botjes, met deftig vel bekleed.

Ze hield zich recht in de sneeuw op weg naar huis. Ze warmde zichzelf op met rodebietensoep en pierogi ruskie, Russische ravioli met aardappel. Haar appartement bestond uit twee halve vertrekken en een gemankeerde badkamer. Op de grond lag een groen tapijt met gele krullen en geen franjes. Dat voelde ik allemaal onder het hoedje. Je mag niet vergeten om brood te kopen voor vanavond! Obwarzanki, zei het hoedje. Ik kreeg Poolse gedachten onder dat hoedje.

Zondag ging ik met het hoedje bij mijn ouders op bezoek. Er stond Limburgse vlaai op tafel. Terwijl ik mijn jas uittrok schepte ik op over het hoedje. Wil je het eens passen, vroeg ik aan mijn moeder. Mooi, zei ze. Raad eens hoeveel het kostte! 3,50 euro maar! Het is een tweedehands hoedje. Bah, zei mijn moeder, dat je daar niet vies van bent. Ze zette het hoedje af en krabde zich bezorgd in het haar. De nieuwe belediging deed me twijfelen aan de Poolse gedachten die ik ervan had gekregen. Voor hetzelfde geld zaten er gewoon beestjes in het hoedje.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Een gedachte over “Het hoedje”

  1. Maar eventuele beestjes wegen toch niet op tegen een hoedje met een ziel! En als ge het beestjesvrij wilt maken, stop het dan een nachtje in de diepvriezer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *