Het jaar van het telraam

Er stonden drie getallen op de doos: de prijs van de doos, de prijs per vierkante meter en de vierkante meter in de doos. In mijn hoofd zat het vierde getal: 36, zijnde de vierkante meter die ik nodig had. Bovendien gaf Gamma korting, 15 procent op elke vierkante meter. Het waren doldwaze laminaatdagen en ik kreeg er de vliegende koppijn van.

Eerst stond ik te prakkiseren bij de promoties zelf. Daarna vlood ik naar de afdeling spaanplaten. om mij te kunnen concentreren op de berekeningen. Maar ook daar liepen te veel mensen rond. Zelfs in de gang met cement was de eenzaamheid niet groot genoeg. Ik kreeg de pakken laminaat die ik moest hebben niet geteld. Ook niet toen ik even later in de auto zat te tellen. Ik wenste dat de komma nooit was uitgevonden en vloekte dat ik geen gordijnen had om dicht te doen. Het was een hopeloos tafereel op de parking. Achtereenvolgens kwam ik uit bij veertien, vijftien, zeventien en opnieuw vijftien dozen laminaat.

Ik lette op mijn ademhaling, sloot mijn ogen en dacht aan de moeite die ik mij jarenlang heb getroost om de tafels der vermenigvuldiging te onthouden. Mijn moeder voorzag speciaal in een blikken doosje met kaartjes. Aan de voorkant stond een tafel, aan de achterkant de uitkomst. Ik oefende tot de kaartjes slap en bruin waren. Verder kon ik staartdelen, breuken op gelijke noemer zetten en vergelijkingen oplossen. Bovendien was ik danig verontwaardigd over kinders die een Chinees meetlatje hadden met geïntegreerde rekenmachine. Of de tafels der vermenigvuldiging aan de binnenkant van hun pennenzak hadden geplakt. Ledigheid was des duivels oorkussen! Althans in de jaren 80. Het enige waar ik heden nog naar streef is ledigheid en tellen kan ik al in geen koperen jubileum meer.

Kortom, ik stoof naar de andere kant van de parking. Daar lag een Blokker waar ze zonder twijfel Chinese telmachientjes in het assortiment hadden. Daarna schoot ik terug de Gamma binnen waar ik voor de zekerheid achttien dozen laminaat kocht. En met de neus omhoog, de achterbanden plat reed ik terug naar kantoor, goed wetende dat ik alle inspanningen ten spijt toch werd opgelicht. Wie in deze dagen niet kan tellen wordt namelijk besodemieterd mét garantie. Het woord is aan het cijfer. Als je niet kan rekenen, word je afgetrokken van de som. Het is een woordspeling van 0,39 euro maar zo heeft de economie het tegenwoordig graag.

2009 is het jaar van het telraam. Geen kantoor meer ter wereld of er zit een loze klerk te punniken met getallen. De uitkomst ligt op voorhand vast. Het enige wat nog ontbreekt zijn de berekeningen om het te bewijzen. IJver valt voortaan te meten aan de lengte van de excelsheets. Office managers moeten uitrekenen hoeveel kilometer je met één balpen kunt schrijven. Op de boekhouding houden ze zich ledig met de statistieken van het toiletbezoek. In de refter tellen ze de spruiten. Aan de ingang moet de portier drie auto’s per keer laten passeren om te besparen op de slagboom. Behalve als er een Fiesta naar binnen moet met 18 dozen laminaat, goed voor 36 vierkante meter vloer van samen 270 kilo.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

Een gedachte over “Het jaar van het telraam”

  1. Zo wil Turtelboom, eveneens met de neus omhoog, mensen meten. Wie bruikbaar is scoort hoog. Afval ondermaats, ergo buiten.

    Velen tellen mee, met Annemie. Met plezier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *