Het kleine gemis

Bekentenis: Soms. Niet altijd, maar soms, als ik ‘s avonds naar huis rijd, kijk ik of er al licht bij hem brandt. Ook al weet ik niet precies achter welk raam hij woont. Er hangen zoveel balkonnetjes aan zijn huis. Er hangen zoveel lampen in zijn huis. Ik heb me bij de vertwijfeling neergelegd. Me afvragen waar hij is maakt deel uit van het kleine gemis. Toen hij pas weg was, was het erger. Dan kwam ik bijvoorbeeld met de boodschappen thuis, riep ik al vanuit de gang: Pimmetje! Ik ben er weer! En dat was dan dat, want de keukentafel was leeg. Het zaad op de grond was van gisteren. Het blauwe pluisje op de stoel dwarrelde naar nergens.

Soms ben ik écht gelijk Bernard Dewulf, verdrietig om kleine dingetjes. Tenslotte is Pimmetje niet veel groter dan een mus. Zijn staart is langer, dat wel, maar zonder dat zijn vlucht er eleganter van wordt. Pimmetje vliegt zoals een machinetje made in China. Hij maakt meer wind dan wat anders. Mocht ik met zo’n motor zijn behept ik zou nooit zo rakelings langs een cactus durven te scheren. Ik hield mijn hart vast telkens Pimmetje een rondje boven de keuken draaide. Hij schommelde door alle dimensies tegelijk, deed niets anders dan koersen bijstellen en van verwachting veranderen. Je wist nooit waar het ging eindigen.

Soep koken werd ineens gevaarlijk. Angstvallig hield ik alle deksels dicht. Iemand had mij namelijk een akelig verhaal verteld over een parkiet en een frietketel. Die parkiet was ook bij mensen op vakantie, net zoals Pimmetje, vloog vrij door de keuken, werd onwel boven de hitte van de frietketel en viel in het vet. Natuurlijk was er het bakmandje en eerst leefde hij ook nog, maar even later was hij toch dood. Deppen met keukenrol blijft altijd deppen met keukenrol.
De dood van een logé, ik wilde het niet op mijn geweten hebben! Voor Pimmetje zelf niet en voor zijn papa’s niet. Want Pimmetje heeft twee papa’s, papa’s die af en toe op reis gaan. Gelukkig, want dan komt Pimmetje naar hier, in de auto.

Pimmetje brengt altijd een zak met snoep mee. Nochtans verdient hij zoveel snoep helemaal niet, want Pimmetje is best een stout vogeltje. De eerste keer heeft hij losweg kaka gedaan op de kerstkaarten die ik aan het schrijven was. En dat er een stukje uit de kaft van mijn agenda is, is ook zijn schuld. Pimmetje wilde de hele tijd overal in bijten. Ook in mijn oor. En in mijn lip. En één keer schreeuwde hij zo hard dat mijn moeder voor de kooi ging staan en zei: Is dat hier nu bijna gedaan, Pimmetje! Of moet ik eens aan uw oren trekken. Hahaha. Terwijl Pimmetje helemaal geen oren heeft. Waarom ook. Hij luistert toch naar niemand. Behalve naar Marco Z als die van I’m a bird zingt, blijkbaar.

Onlangs kreeg ik een bericht van de papa’s van Pimmetje. Daarin stond dat Pimmetje tegenwoordig stiekem naar de radio luistert én dat zijn vaders binnenkort een uitstapje willen maken naar Istanbul, wat wil zeggen dat Pimmetje weldra opnieuw komt logeren. Hoera! Hoera! Niet voor mij uiteraard, maar voor het kleine gemis.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

5 gedachten over “Het kleine gemis”

  1. Toch eens beginnen nadenken over de titel van je blog, tante.
    Vb: Tante Annie & de gevederde vrienden?
    Soit, alvast weer een pluim voor dit stuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *