Het piemeltje

Ik was gewaarschuwd. Je moet niet alles geloven wat hij zegt. Maar het piemeltje dat daarvan kond deed was evenmin een betrouwbare partij. Tante An, had hij in zijn eigen huishouden zitten verkondigen, tante An, die fietst héél traag. Terwijl hij zelf niet kon volgen, met zijn bandjes en zijn lieveheersbeestjesbel. Hij vroeg de hele tijd of het nog ver was. Bovendien had hij zichzelf met een veel te grote bocht in een struik met stekels getrapt. Tranen waren daar natuurlijk van gekomen. En toen heb op hem gewacht, ja. Geen idee dat jongetjes van vijf het belangrijk vinden om hun tante te verslaan, nota bene in een discipline die er geen is. Mij heeft het nooit wat kunnen schelen hoe hard mijn tantes konden fietsen.

In ieder geval, ik moest zijn broer niet geloven. Die zei zomaar wat. Daarna gingen ze naar hun kamer, twee zussenkinderen en hun krokodil. Gevloekt dat ik al heb op die krokodil! Of hoe geloofwaardig is een vrouw die langs een Vlaamse steenweg wandelt met een krokodil. Want na drie kinderpassen is de trots van Ik ga op vakantie met een echte koffer voorbij en kan tante An de krokodil in de bus heffen. Waarom die krokodil altijd mee moet is mij overigens een raadsel, gezien de maat van onderbroeken die erin zitten. Piepklein zijn die onderbroeken. Desalniettemin hebben ze een teut en hebben ze een gulp. Voor niks, want écht waar zulke piemeltjes… Ze hadden er net zo goed niet kunnen aan hangen.

Ik weet het, ik weet het, als normale tante zou ik er niet op mogen letten. Maar toch. Het is de vergelijking die mij tot verbazing noopt. Ik heb in mijn leven katholiek weinig piemels gezien, maar allemaal waren ze groot, en harig, en iets van plan, of toch later op de avond. Zo’n klein piemeltje was geleden van een buurjongetje in de jaren 80 en zelfs dat was groter. Sta me daarom enige verwondering toe. Trouwens, de logés met de piemeltjes kunnen toch niet lezen. Ik zal ze met dit schrijven niet in verlegenheid brengen, mocht iemand nu al compassie krijgen. En ook in concreto zwijg ik discreet. Het was piemeltje zelf dat mij tot de actie dwong. Ik kon kiezen tussen het piemeltje en mijn fatsoenlijk voorkomen. Het bleken de pest en cholera met een pruik en een plaksnor.

Nochtans had ik voor we vertrokken gevraagd of iedereen naar het toilet was geweest. Ja, hadden de gebroeders geantwoord. Ik vraag me af voor wiens comfort, want we waren nog maar net in de speeltuin of daar had iemand het piemeltje al vast. Jacob moet pipi doen, sprak de betrouwbaarste broer. Wat moest ik doen? Wat moest ik doen? Mijn luide principes tegen wildplassen laten varen, dat moest ik doen! Doe het dan maar tegen een boom, zei ik. Het kind stortte zijn gulp ter aarde en plaste, alsnog in zijn broek. Hou je piemeltje vast, riep ik. Je moet je piemeltje vasthouden! Maar nee, mijn wenken vonden geen gehoor. Zijn ogen stonden op nougatbollen. En zo komt het dat ik op een zaterdag in een speeltuin te lande zélf het piemeltje stond vast te houden. Alsof niemand mij ooit had gewaarschuwd.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

2 gedachten over “Het piemeltje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *