Het werfbezoek

Het was een mooie dag. Ik had een rok en klompjes aan met open tenen. En toen ik de klep van de voordeur ophief om door de brievenbus naar binnen te kijken, zag ik dat ik niet gekleed was op een werfbezoek. De helft van het huis was weg. Langs de trap naar boven ging het stairway to heaven recht het zonlicht in. Met een gouden doosje pralines in de okselplooi duwde ik de deur open. Ik besloot het meteen op te bergen in mijn handtas om bij thuiskomst alles zelf op te eten. Het heerschap dat ik als eerste tegenkwam zag er niet uit of hij iets had aan bonbonnetjes uit gouden doosjes. Hij was groot en blond en sterk. Eclairs, dacht ik, dikke éclairs, die neemt ge volgende keer mee.

“Mannen!”, riep hij. “Zet de radio eens wat stiller. We hebben bezoek.” Hij gaf me een hand en vroeg: “Zijt gij de eigenares?” Ik knikte. “Mannen!”, riep hij opnieuw. “Stop even. De eigenares is hier.” De meestergast gaf me een hand. “Maak u geen zorgen”, zei hij. “Het komt allemaal goed. Daar zorgen wij voor.” Het gaf me goede hoop. Tot hij het hetzelfde nog een keer of  zeven zei en ik ongerust werd. Ze waren met zijn vijven en ze kwamen niet uit verre landen. Lubbeek is bepaald niet exotisch. Ze hebben er geeneens een Chinees restaurant.

Ik werd er ongemakkelijk van, een kwintet dat met stalen tippen naar mijn pijpen danste. Ik durf weliswaar nog altijd niet uitrekenen hoeveel letters ik nog moet aanslaan om ze te betalen, maar toch. Zij deden het werk en de eigenares strooide loze praat in de rondte. Als ze mijn onkunde per kruiwagen in de container hadden moeten kieperen was het bouwverlof nu nog niet begonnen.

“Gaat ge die betonnen platen ook afbreken”, vroeg ik. “Dan moet ge wel voorzichtig zijn. Want ik heb gisteren een heel vies filmpje gezien op internet, van een man en een betonnen plaat, precies dezelfde als hier. Ooh! En het liep helemaal mis. Ik durf het bijna niet te vertellen. Het is geen verhaal voor op een werf, maar toch. Er was dus een man met een muurtje gelijk hier, twee betonnen palen in de grond geklopt, daartussen een stuk of vier betonnen panelen op elkaar gestapeld. En hij maar kicken, precies Bruce Lee van de kung-fu maar dan in een Vlaamse achtertuin.” De mannen hielden hun adem in en de eigenares vertelde verder.

“Op zeker moment was het prijs. Hij stampte nog een laatste keer en één van de betonplaten brak in twee stukken. Daarop schoot de bovenliggende plaat naar beneden en hakte zijn been af. Af !”
Ik durfde amper te kijken naar de reactie van de mannen. En toen ik toch keek, wenste ik dat ik het verhaal niet had verteld, dat ik nooit  gekomen was en dat ik geen pralines had gekocht. Kortom, er moest dringend een einde worden gebreid aan het werfbezoek.“Zo”, sprak de eigenares. “Ik denk dat ik er maar eens vandoor ben. Er is toch niks wat ik hier kan doen. Bovendien heb ik de verkeerde schoenen aan, met blote teentjes.” De mannen van de werf wisten niet wat ze hoorden en voor ik thuis was had ik het hele gouden doosje al opgeslokt. Van de gêne en voor de troost.

(nu nog in Vacature, daarna veertien dagen vakantie, puf)

8 gedachten over “Het werfbezoek”

  1. eclairs: my favourite (ben nochtans niet groot, sterk en blond)
    pralines: de ganse doos op! den inno zal nog efkes moeten wachten zeker?

  2. Pralines meenemen naar een werf, woeha! Een bak bier, dat moet ge meenemen! Plant die daar neer, roep eens “joe de mannen”, en vertrek. Vooral niet aan vier metselende mannen vragen of ze metselaars zijn, gevolgd door de mededeling dat ge zelf de bouwheer zijt. Zeker niet als ge een vrouw zijt. Ge maakt u onsterfelijk belachelijk. Been there, done that! Good luck in Lubbeek, schoon streek.

  3. Dat is zoals toen ik vorige week vandalenstreken tegen mijn autootje ging aangeven bij de Gentse flikken (de echte). Een kras van wel een meter lang! En ja meneer de flik, ik moet een papiertje voor de verzekering. En nee, ik heb geen bij naam gekende getuigen. En ja, de lak is er helemaal af. En meneer de flik maar typen en typen. En ik stralen in mijn glansrol als young autonomous woman in local police station. Tot meneer de flik buiten eigenhandig de schade gaat opmeten, even op zijn vinger kwijlt en daarmee de kras uitwist. ‘t Zijn dingen, ‘t zijn dingen …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *