Het zaad van Jacob

Jacob is al heel lang dood. We hadden hem oud gekocht, zei de dierenarts. Weet een mens ook veel hoe een frisse papegaai eruitziet. Het was ons wel opgevallen dat Jacob niet veel zei. Zijn spraakkunst viel danig mager uit. Hij deed alleen maar het belletje van de microgolf na. En hij kon Jean roepen, gelijk de buurvrouw op haar lelijke duivenmelker. Zelfs voor een gepensioneerde roodstaart viel Jacob niet écht mee. Achteraf zeiden we: “We hadden beter die krijsende Jacob gekozen in de winkel. Daar zat tenminste puf in.” Vijgen na Pasen, definitief opgelicht door twee lepe gebroers met een vogelhandel.

Jacob kreeg het aan zijn hart. Hij lag op zijn buik van pluis in het witte zand onder de stok, tussen de lege zonnebloempitten. Dood. Ik weet het nog goed. Ik had die ochtend examen fysica van ene mevrouw Majchrowicz. Het ging over fietsers die op verschillende tijdstippen vertrokken en elkaar onderweg inhaalden. Om zulke onbenulligheden te berekenen had iemand officiële formules bedacht. Ik ben ze allemaal vergeten. Tegelijk met de rest van de stof. De Engelse dichters die verdronken zijn, de Engelse dichters die aan de drugs zaten en de Engelse dichters die homofiel waren. Alles is weg.

Meer dan twintig jaar ben ik naar school geweest. Ik heb vraagstukken opgelost, de regels van de subjonctif geleerd, ik kon zelfs breien met vier breinaalden. Ik heb Stammformen geblokt, aus, bei, mit, nach, zeit von zu. Ik las De Aanslag van Harry Mulisch, kon hexameters scanderen in het Latijn, kende het Onze Vader vanbuiten in drie talen. En nu? Niks meer. Zelfs mijn diploma ben ik kwijt.
Ik troost mij met de kartonnen dozen in de kelder van het ouderlijke huis. Als ik iets wil weten, kan ik het opzoeken. Ook al dreigt mijn moeder al jaren dat ze naar het stort gaat met de rommel. Alleen, vorige week meende ze het ineens. De dozen moesten weg. Ik kreeg een weekend om ernaar te kijken. Daarop heb ik mij per zaklamp een weg gebaand tussen de kerstversiering. Ik wilde mijn diploma terug. Onderweg kwam ik een zak vogelzaad tegen van Jacob. Tien kilo, met een scheur.

Er liep een zwartgespikkeld spoor van pellen en pitjes richting kartonnen dozen. In één doos zat een gat. Het kon niet anders of iemand had zich hier een ellendig hol bij elkaar gebeten. Ik nam de zaklamp en scheen door het gat naar binnen, recht in de kraaloogjes van moedermuis. Links en rechts van haar pinkelden nog meer oogjes: die van haar dertien muizenkinderen. Midden in de geschiedenis van de Nederlandse letterkunde vrat het gezelschap zich te barsten aan de nalatenschap van Jacob. Ze scheten bovendien waar ze zaten. Het zuur had de handtekening van de decaan om zeep geholpen. Van het plechtig overhandigde diploma bleef amper nog iets over. Alle moeite voor niets. En dat komt allemaal omdat Jacob al zolang dood is. Als we hem zo oud niet hadden gekocht, had hij de tien kilo zaad nog gerust zelf kunnen opeten. In plaats van een roedel knaagdieren dat er en passant nog mijn diploma bij nam.

4 gedachten over “Het zaad van Jacob”

  1. …en bedankt. tante! Nu zit ik al de hele dag te denken aan de Norwegian Blue Parrot-sketch, in plaats van nuttig werk te doen!

  2. Ha ja, ikke weer, zapnimf (jaja, toch wel) en weer plat van het lachen met een snuifje compassie om wat er met je diploma is gebeurd.

  3. Deze leuke tekst las ik in Vacature en vond ik één van de leukste teksten met mooie beeldspraak en afwiselingen !! Ik heb hem voorgelezen aan mijn zoontje van 8 voor het slapengaan en hij vond het een komisch verhaaltje !!! Leuk gevonden van die papegaai en dat rapport …

    Mooie opzet van deze site – archief (ik wilde de teksten ergens bewaren in een mapje toen ik deze site ontdekte !
    Doe zo verder An !!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *