Hete schotelvodden

Laatst moest Piet Huysentruyt uitrukken voor een mensenkind dat zich had gewaagd aan melocakes. In eigen keuken! Melocakes! Ze lagen op het aanrecht als fossielen zo hard, uiteraard mislukt. Vrouw, dacht ik, waar maakt gij u moe aan. Bespaar uzelf het leed en kóóp melocakes. Ambachtelijke bij de bakker. Uitgespuwde in de gb. Maar nee, madam wilde ze zélf maken. Daarvoor was zij bereid om een pan vuil te maken, twee kookpotten, twee soepkommetjes, drie borden, een bakrooster, een mengbeker, een hulpstuk van de mixer en nog wat bestek. Ik overdrijf niet. Zij overdreef. Want de opgesomde vaat was alleen voor het schuim van de melocakes. De zandkoekjes waren namelijk al klaar. Begrijpe wie begrijpen kan, want miss Melocake is de enige niet. Piet Huysentruyt moet de hele tijd overal brandjes gaan blussen omdat er gezusters zijn per se alles zelf willen maken. Yvette ging voor champagnesorbet. De sorbet zag eruit als sneeuw langs de kant van de weg. Leni wilde mergballetjes in de soep. Er dreef prut op de bouillon. Jeanine dacht aan rumtopf met vers fruit. Het resultaat was rot en beschimmeld, de darmkramp nabij. En voor die culinaire dromen zetten zij gedachteloos hun hele keuken overhoop. Niet dat het Piet Huysentruyt wat kan schelen. Hij geeft niet om korstjes op het fornuis, evenmin om een keukenhanddoek voor eeuwig bevlekt ontvangen.

Wie kookt en wie zijn kookkunst ernstig neemt laat de rommel en de opruim buiten beschouwing. Totaal. De chef gaat los over het materieel. Maar durf hem er niet over aan te spreken. Want dan bent u als poetskwezel het eetplezier niet waard. Ik heb het eens gedaan, zo’n televisiekok aangesproken over de afwas. Want zodra de kroketten zijn gebakken stopt de camera met draaien. Precies alsof het werk ophoudt als de oven terug op nul staat. Precies alsof daarna de hele pompbak niet vol doffe inox ligt. Wie er dan in beeld komt, drie stagiaires met een hete schotelvod en een sherpa met een schuurspons op zijn rug, dat vroeg ik mij af. Luidop. Jezusmina, heb ik me dat beklaagd.
De betreffende chef werd meteen kwaad. Hij vond het een onnozele vraag. Of ik niks beters te doen had misschien. Hij in ieder geval wel. Want nee, ik mocht niet naar zijn afwas komen kijken. Aan die kolder deed hij niet mee. En wat ik wel niet dacht! Waarna hij anderhalf uur veil had om uit te leggen waarom mijn gedachten niet deugden. Ik kreeg me daar een saus aan de telefoon. Hij maakte vlot meer woorden vuil aan mijn truttige bestaan dan gerief aan zijn gerechten. Echt waar, alle argumenten waren ad feminam. Volgens de stinkende regels der welsprekendheid. 1. Majorpremisse: vrouw heeft bedenkingen. 2. Minorpremisse: vrouw is een belachelijk mens. 3. Conclusie: haar bedenkingen zijn evenzo belachelijk. Kortom, ik had er mij drie keer niet mee moeten bemoeien.

Sindsdien leeft de kwestie alleen nog in de beslotenheid van mijn eigen huishouden. En niet alleen in dat van mij. Want aan zichzelf kan men de halve wereld kennen. De meerderheid van de vrouwen denkt bij koken aan de afwas. Punto basta. Anders zouden de deksels wel vaker dansen onder de dampkap. De tijd die wordt besteed aan de bereiding van een maaltijd is nog nooit zo gering geweest. Het nationaal instituut voor statistiek ziet de cijfers bij iedere telling zakken. De meeste mensen zijn nu eenmaal liever lui dan dat ze lekker eten. Of bent u zo iemand die niet heeft bijgedragen aan de populariteit van kookboeken en kookprogramma’s? Oh wat exclusief! Ik mag graag met mijn pootjes hoog naar een vol-au-vent van Peter Goossens te kijken, of naar een vlaai van Sofie Dumont. Het is in ieder geval properder dan zelf een bakvel uit te rollen. Als het aan mij lag at ik alle dagen boterhammen. Koud op een bord. Praktisch in de kitchenette.
Gelukkig is daar altijd nog de inhuizige tegenpartij. Hij kookt. Ik doe de logistiek. En dat is een immer terugkerend punt van discussie. Vooral als er een eenpansgerecht op tafel komt. De tegenpartij telt bij een eenpansgerecht namelijk alleen maar de laatste pan mee. De redenering is bijna net zo gevaarlijk als het verlangen om zelf melocakes tot stand te brengen. Vodden, zeg ik, die komen daarvan.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

3 gedachten over “Hete schotelvodden”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *