Hetzelfde in 2015

Alles wordt anders. Het is wat nieuwjaarskaarten orakelen. Alles wordt anders! En het is waar. Nieuwe jaren houden zich nooit aan de werkelijkheid. Alles wordt anders! En het is niet het anders van Hans Andreus. Dat Hans Andreus zijn anders maar bezingt met lieve zinnetjes. Ik niet. Ik zou het liever feitelijk hebben in plaats van anders. Tenslotte ben ik een eerbiedwaardige croniqueur. Mijn werkelijkheid is dat ik een gediplomeerde creatief ben, met een zekere staat van dienst bovendien. Maar 2015 heeft er lak aan.

Alles wordt anders. Net zoals in 2014, toen ik een maand te laat opdook in een Londens hotel. Stomme reservatiekalenders ook. In Londen dachten ze dat ik niet was opgedaagd, maar zo anders ben ik helemaal niet. Ik had er gewoon een maand naast geklikt. Geef het maar eens toe aan een receptionist! Alsof zoiets in overeenstemming is met mijn curriculum vitae. Ik had al lang een manager moeten hebben die mijn boekingen zou verzorgen. Maar nee, alles wordt altijd anders.

Nieuwe jaren houden geen rekening met de realiteit. En 2015 laat zich voorlopig niet anders kennen. Voorbeelden! Ik heb dit jaar al boterhammen gegeten, met mayonaise van ellende. Ik heb mijn busabonnement op een zondag uit de wasmachine moeten pellen. Ik had een vetbol opgehangen in de tuin en die is weggewaaid. Er zat nog maar één inlegkruisje in de doos. De fles ketchup in de koelkast was bij voorkeur te verbruiken voor 14032014. En mijn vader had een vraag.
-Wat is het verschil tussen een rozijn en een krent?
-Een krent is kleiner.
-Ah, dan is uw moeder een krent.

Kortom, 2015 is niet geneigd om zich te voegen naar mijn elan. Wat zijn dat nu eigenlijk voor conversaties? Bewijzen die dat ik een autoriteit ben? Zelfs niet in mijn eigen leven! Het nieuwe jaar doet zijn best om van in het begin duidelijk te stellen dat alles anders wordt. Want wat hoorde ik mezelf deze week tegen de kat van de buren zeggen? “Ze ligt aan uw kattenluik zeker! Moordenaar dat ge zijt!” Drie tellen later zat ik met muts en in pyjama op de Bekaert tussen twee zompige achtertuinen, wars van mijn reputatie. En toen moest het ergste nog komen, want ze lag niet aan het kattenluik.

Ik zat op mijn hurken in de bladeren van minstens vijf najaren geleden en ik dacht: “Fuck 2015. Waar is dat kieken naartoe? En waarom moest ik dat beest nu ook Bomma noemen!” Ik durfde niet Bomma te roepen. Alle buren waren weliswaar op hun werk, niemand sloeg acht op mij, maar toch. Ook voor mezelf was het allemaal te anders, niet literair genoeg. “Kippie”, zei ik stilletjes. “Kippie.” Maar Bomma hield zich koest. Die heulde natuurlijk graag mee met de égards van 2015.

Het was een pak van mijn hart toen ik haar zag zitten, nog een gazon verder. Al deed ze alsof ze mij nog nooit had gezien. Ik was iemand anders! Er wiebelde een te heet gewassen rode pompon achter het tuinhuis van de buren. Dat was ik, de gelauwerde columnist die in de regen een hen probeerde te vangen. “Bomma! Nondedju! Ge hebt mij goed verstaan. Gij komt gewoon terug mee naar huis. Voor u blijft alles hetzelfde in 2015.”

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *