Iets in de media

Ze heeft mooie tieten, geen enkele meeëter en professioneel gewaxte liesplooien. Ze draagt hoge hakken. En ze staat in haar zwemgerief voor een microfoon. Eén van oudbakken juryleden heeft gevraagd waarom ze aan de verkiezing meedoet. Omdat ze graag iets in de media wil doen, antwoordt ze. En de schrik slaat me om het hart. Iedere keer opnieuw. De concurrentie loert. Altijd en overal. De halve wereld wil iets in de media.

Alle jongerenenquêtes zingen hetzelfde liedje: wij willen uw werk. Omdat het creatief is en afwisselend als maandverband. Bovendien zit ik heel handig de hele dag thuis, behalve als ik iemand moet interviewen. Nele Somers bijvoorbeeld, op een strand in Egypte, toen Ignace Crombé eigenlijk ook al raar deed. Of Luc Tuymans die een hele thermos koffie zette. Of twee lichtekooien op de Turnhoutsebaan, een gigolo in Gent die foto’s liet zien van zijn doorprikte faciliteiten, Regi van Milc Inc. en de boer van de wei op Pukkelpop. Iedereen had het in mijn plaats willen doen. Dat ik het vooral niet vergeet! En anders is er ieder jaar het leger nieuwe schoonheidskoninginnen  om me met de neus op de feiten te drukken.

Ietsindemedia is het land waar troetelberen van de regenboog roetsjen. Het is er alle dagen lol, zo mijmert het meisje met het badpak en de strakke billen. Ik heb haar alleen nog nooit horen dromen van 20.000 letters per dag, tot je pinken krom gaan staan. Evenmin is het iemands fantasie om in een telefooncel met Jaak Pijpen te bellen. Nota bene met de trompetviool van een zigeuner op de achtergrond. Want zo is het indertijd begonnen, toen ik nog op kot zat en niemand een gsm had. Om afspraken te maken moest een mens toen nog de openbaarheid in. En dus maakte ik in telefooncellen afspraak met directeuren van worstenfabrieken en dames die kristallen beestjes verzamelen, in de hoop dat alle straatmuzikanten zich koest hielden.

Ik heb tien jaar lang niets anders gedaan dan met mensen gepraat en opgeschreven wat ze zeiden. Ook in het weekend en ook toen ik eigenlijk ziek was. Want als de dokter vraagt of ze een ziekenbriefje moet schrijven, zegt de freelancer: Nee dank u, ik heb geen baas om het briefje aan te geven. Maar ik klaag niet. Ik ben vrij, vrij om te vechten. Iedere week sla ik minstens drie deadlinedraken tot moes. Alles is een overwinning, behalve als ik verlies. Want dan tellen alleen nog de exemplaren. Het zijn er meestal meer dan 200.000. Als je een fout maakt, duurt de ramp 200.000 keer, de hele dag lang. Bovendien is het soms lang wachten voor er ergens aardappelen op worden geschild.

Om dit kleine betoog te besluiten nog iets het hoogste goed van iedereen die aan de arbeid is: vrije tijd, het goud van de freelancer. Het is waar dat ik geen uren heb. Ik hoef  ‘s morgens om negen uur nooit ergens te zijn. Ik ga slapen als ik wil of als alle stukken af zijn.  Maar échte vrije tijd, dat is durven. Tenslotte zitde halve wereld achter mijn werk aan. En je weet maar nooit dat ik (terwijl ik zit uit te puffen in een Finse blokhut) word ingeruild voor twee jonge dieren die iets in de media willen doen. Bij voorkeur met gewaxte liesplooien, geen meeëters en mooie tieten.

(eerder verschenen in Vacature, met een prent natuurlijk van Klaas Verplancke.)

6 gedachten over “Iets in de media”

  1. Met iets in de media, bedoelen de meesten waarschijnlijk: tv-omroepster.
    Laat ze maar eerst iets bewijzen eer je in paniek slaat!

  2. Ja! Ikke is voor mooie tieten in de media.Als scherpe pen echter….blijft gij maar. Euh, misschien hebt gij ook wel ……………????Kunt ge U niet wat meer bloot geven?

  3. Dat ze ‘iets’ in de media willen doen, bewijst dat ze alleen maar geilen op de media, en nog nooit hebben nagedacht over wat dat ‘iets’ dan zou kunnen inhouden. Net als degenen die graag in tonderwijs zouden ‘staan’: die hebben vaak ook nog maar alleen gedacht aan de vakanties!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *