Il faut toquer quand même

Om preuts te zijn heb je mensen nodig. Zonder tweede partij werkt het principe niet. Of toch niet meer. Vroeger bestonden er misschien nog lieden die schrokken van de eigen piemel. En in het klooster woonden peut-être zusters die hun eigen boezem niet vertrouwden. Maar nu, in de moderne tijd heb je anderen nodig om preuts te zijn. En! Je moet voorzien zijn van betrekkingswaan! Waarmee ik de overtuiging bedoel, het geloof dat iedereen op de loer ligt om precies jouw geslachtskenmerken te zien. Betrekkingswaan is het absolute vertrouwen in de interesse van de ander, wat onnozel is, want bovenal zijn mensen alleen geïnteresseerd in zichzelf.

Maar dat geloofde zij dus niet. Oh nee, helemaal niet. Zij was liever kwaad om de interesse die ik niet had. Il faut toquer quand même, schreeuwde ze. Il faut toquer! Zeker drie keer. Terwijl ik al lang sorry had gezegd. En toen ze gedaan had, beet ze mij het nog eens toe. IL FAUT TOQUER! En ondertussen zocht ze medestanders aan de deur, troela’s die haar gelijk zouden geven. Dat stomme mens! Alsof ik het een plezier vond om haar en pleine gloire op het toilet te zien zitten. Ik had trouwens helemaal niks gezien, behalve haar dikke knieën en iets groens. Ik denk dat het haar trui was, maar zolang had ik dus niet gekeken. Zij zat er zo appetijtelijk bij dat ik de deur met grote snelheid terug had dichtgegooid.

Desondanks had zij ruimschoots de tijd genomen om preuts te reageren, bij gratie van míjn aanwezigheid en háár betrekkingswaan. Zij deed alsof ik expres niet had geklopt om haar te betrappen met haar kostbare geheimen. Komaan! Alsof zij iets toevoegde aan mijn werkelijkheid! Alsof ik onkuise gedachten kreeg van haar privaat. Alsof ik haar sowieso wílde zien.
Nochtans kijk ik bijna voortdurend naar de billen en de tieten van een ander, maar dat is louter ter vergelijk! Komt mijn kont in de buurt? En is haar decolleté écht zoveel beter? Het zijn vragen die een vrouw zich bij wijlen stelt. Maar niet bij haar verschijning. Haar aanblik was sans comparaison.

Kortom, zij was preuts. Ze had betrekkingswaan. En ze overdreef. Tenslotte had ze zélf de deur niet op slot gedraaid. Kent iedereen de soort? Het is de soort die niet kan gaan als de deur op slot is. Ze vrezen om vast te komen zitten in het kleinste kamertje en voorgoed te worden vergeten. Zoiets. De onnozele angst voor de beslotenheid wordt daarbij vlotjes ingeruild voor de onnozele zekerheid van de beslotenheid.
Wat mij betreft zat zij quasi in de openbaarheid haar darm te ledigen. Want ik had bepaald geen snijbrander op mijn rug. Ik had gewoon de deur opengedaan omdat alle toiletten bezet waren en die van haar op groen stond. Een normaal mens zou zich desgevallend lang maken om de klink omhoog te houden, of één been strekken om één schoen onder de deur te laten uitkomen.Wat beide erg vervelend is als de boodschap eindelijk daar is en je toch voor één spier moet kiezen. Maar dat waren allemaal haar zorgen niet. Zij vond dat iedereen moest kloppen. Punt. Il faut toquer quand même. Zeg!

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

2 gedachten over “Il faut toquer quand même”

  1. Ik ben preuts (maar met de betrekkingswaan valt het wel mee, geloof ik). Ik doe de deur op slot en houd ten overvloede de klink vast – als ik niet thuis ben dan, hè. Thuis ben ik volslagen liederlijk. Maar dat gaat niemand aan. Behalve mijn man dan weer.

    Enfin. Tante Annie, u heeft heden weer een toegewijd bewonderaar gewonnen. Ik lees u graag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *