Juryleden 1 & 2

Mijn moeder heeft de smaak van veel mensen tegelijk. Ze kijkt naar Sarah, zweert bij Sandrine André, gelooft niet in Phaedra en vraagt zich af waarom Jean-Marie Pfaff zijn koffiekoeken soms niet betaalt. Verder windt ze zich op over Saartje Vandendriessche, zapt ze van De Laatste Show naar Phara en weet ze niet wie Lux Janssen is. Ze heeft een abonnement op Libelle, koopt Humo, leest Feeling én Goed Gevoel en zweert bij Het Belang van Limburg. Dag Allemaal mist ze zelden. Verder leest ze alles wat ze onderwegen te pakken krijg. Boeken ook. Die zijn meestal na een koppel dagen al uit. De turf van Guido Van Lieferinge over de Vlaamse pers is het laatste wat ik me herinner. Vanwege de erg beknopte samenvatting: Foei, foei, foei, als dat waar is! Wat een lelijke wereld. En gij zijt ook pers! Awel merci.

Mijn moeder is de maatstaf van de meeste dingen. Als mijn moeder iets goed vindt dan is de kans groot dat de meeste mensen het goed vinden. Kan mijn moeder niet volgen, dan heb ik de grote meerderheid waarschijnlijk geen plezier gedaan. Als ik niet goed weet hoe ik een stukje moet beginnen, beeld ik me in dat ik mijn moeder bel. Wat ik eerst vertel, is het belangrijkste. De rest is onzin, moet weg.
En toch heeft mijn moeder nooit deel uitgemaakt van de officiële jury. De jury bestaat uit twee strenge heerschappen met harige benen. Het communicatieschema zender, medium en ontvanger mag dan zo strak staan als het vel van een cervela, een waterdicht plan is het niet. Soms moet de jury zich buigen, zowel bij twijfel als bij wilde vrolijkheid. Vooral over ingebeelde vrolijkheid maakt de jury zich bij voorbaat ongerust.

Jurylid 1 komt standaard in pyjama. Hij wordt bij nacht en ontij bestoppeld tussen de lakens vandaan gepulkt om te lezen. Jurylid 1 kan maar beter op zijn mimiek letten, want ik houd hem danig in de mot. Fronsen noch kreukelingen mogen ontsnappen aan de aandacht. Iedere hapering is een indicatie, een sneer voor mijn ego. Als hij niet op tijd lacht, word ik kwaad. Jurylid 1 heeft niet graag dat ik zinnen typ over mensen die écht bestaan, de buren bijvoorbeeld. Het oordeel van jurylid 1 wordt meestal blazend besloten met: Ja jong, het is al lang goed. Ik zal het wel veranderen.

Jurylid 2 is een nachtbraker. Soms slaapt hij in de zetel omdat hij geen tv heeft in zijn slaapkamer. Het is niet raadzaam om hem voor tien uur te bellen. Na tien uur zijn de instructies
meestal bondig: Zet uw computer op. Ik stuur het stuk door. Maak dat ik u kan zien met de webcam. Want ook jurylid 2 mag niets lezen in de eigen beslotenheid. Ik heb maar twee lezers en die moeten het in hun eentje aanschouwelijk maken voor de mogelijke rest. Het is zo al abstract genoeg.
Jurylid 2 kent de knepen van het vak en nog erger, hij kent mij. Lamme zinnen riekt hij op voorhand. Kromme bedenkingen hoort hij van ver aankomen. Het oordeel van jurylid 2 wordt meestal dichtgeschroeid met: Och ja, het kan niet alle dagen feest zijn. Waarna ik alsnog naar mijn moeder bel voor een beetje goede smaak voor mij alleen. Want Foei, foei, foei, lelijke wereld dat het is.

(eerder verschenen in Vacature)

3 gedachten over “Juryleden 1 & 2”

  1. ik veronderstel dat er na leden 1 & 2 nog een paar batterijen jury komen. maar die zeggen zelden iets. dat spreekt alleen maar achter mijn rug natuurlijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *