Kl**t

De patroonheilige van mijn geboorteplaats is Sint-Martinus, een type op een paard dat lang geleden zijn mantel in tweeën scheurde voor een arme luis. In Genk loopt hij ieder jaar mee in zijn eigen stoet, de Sint-Martinusstoet. ‘s Avonds is dat, met lampionnen, kaarsjes en kleuterklassen die zich in koolputters of beenhouwers verkleden. Er zijn koeken met rozijnen en er is hete soep. Maar het hoogtepunt is de brandstapel aan het stadhuis. Sint-Martinus galopeert eromheen.
Al dertig jaar krijg ik er tranen van in mijn ogen. Het is een combinatie van trommels, heidens vuur en nostalgie. Maar dit jaar dus niet. Dit jaar zat Sint-Martinus niet op een paard. Hij zat op een wagen en hij wuifde met zijn handje gelijk prins carnaval. Hij droeg weliswaar een chique kostuum met leren riemen en een dure cape, maar voor een paard was Sint-Martinus een beetje aan de dikke kant. Niet erg. Wel symptomatisch. Want zijn concurrent sinterklaas heeft precies hetzelfde aan de hand. Of wat moeten een mens denken van een heilige die op een Segway door een shoppingcenter rijdt? Dat het allemaal geen haken meer mag hebben! Het is niet mooi dat ik het moet aanstippen, maar sinterklaas heeft geen kl*ten meer. En voor lezers uit streken waar ze niet aan sinterklaas doen, Sint-Maarten heeft ook geen kl*ten meer.

Wee de heilige die onze kinderen bang maakt. De minste daver op hun lijfjes is er te veel aan. De teleurstelling moet van 7 tot 77 jaar te allen prijze worden vermeden. En o wee de suikertante die verwarring durft te stichten onder neefjes en nichtjes. Nochtans grossier ik graag in dreigementen à la: ‘Pas maar op dat je Sinterklaas niet kwaad maakt met zo’n lange bestelling. Straks stuurt hij je nog een brief terug.’
Beste Lena,
Je bent een erg hebberig meisje. Dat vind ik eigenlijk nogal onbeleefd.
Groetjes,
Sinterklaas
Daarvan krijg ik zin om briefpapier te maken met kreukels en koffie. Maar het mag niet. Van mijn zus niet en van de samenleving ook niet. Het kind zou er nog een complex van krijgen. Sinterklaas en Sint Maarten zijn voortaan 100 procent leuk.
Laatst zat ik met mijn zesjarig petekind aan tafel. Wat hij wilde hebben van Sinterklaas was de vraag. Het mannetje had een vrachtwagen van Lego uitgeknipt. ‘Vergeet de Chinezen niet mee op de brief te plakken’, antwoordde ik. Dat begreep hij niet. ‘Weet jij dan niet’, vroeg ik, ‘dat er in een vrachtwagen altijd Chinezen zitten? Die willen graag stiekem naar Engeland. Kijk maar eens in de folder. Je bent die Chinezen gewoon vergeten.’ Hij fronste zijn voorhoofdje, stond op van tafel en riep zijn moeder: ‘Mamaaaah! Waar heb ik dat speelgoedboekje gelegd? Tante An zegt dat er Chinezen bij moeten.’ Waarop mijn zuster met haar ogen draaide en sprak: ‘Tante An is een slecht mens.’ En zo draaide een gezellige middag al ras in de mislukking. Met mij heeft niemand ooit compassie. De samenleving niet en sinterklaas niet. Het verschil is dat sinterklaas mij destijds weerbaar heeft gemaakt. Vroeger bereidde hij kinderen voor op het leven dat ging komen, verkeerde bestellingen en publieke schande inbegrepen.

Ik weet nog hoe. Het was een lelijk novemberweekend in de jaren 80. Een Citroën 2CV draaide de oprit op. Door het dak staken een gouden haak en twee krullenkoppen naar buiten. Het waren sinterklaas en zwarte piet, samen drie toneelspelers met een bijverdienste. Sinterklaas had een groot boek bij zich met daarin enige kennisgeving van mijn moeder. Ik had een drie op mijn rapport, voor wellevendheid. (Zo ging dat in de tijd. Een één stond voor Uitstekend, twee stond voor flink zo, drie was gewoon Goed, vier en vijf waren voor het schorem van de klas, Kan beter en Slecht. Wellevendheid was één van de categorieën naast ijver en orde. Dat ik daar een drie voor had gekregen was een heikel punt, iets waar thuis dieper op werd ingegaan tot we bij de schaamte uitkwamen.)
Ik zie me nog in de woonkamer staan, hovaardig in een sponsen pyjama omdat ik de staf van Sinterklaas mocht vasthouden. De betovering was totaal. Tot die oude kl**t ineens over de drie op mijn rapport begon. Had ik toen een buks gehad, ik had van hém de patroonheilige van mijn geboorteplaats gemaakt. Niemand zou het verschil hebben gemerkt.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

5 gedachten over “Kl**t”

  1. De Sint in Antwerpen en op Ketnet: “Er zijn dit jaar géén stoute kinderen.” Erg geloofwaardig vond mijn koter dat niet.

  2. @A.A.A. : eerst zei hij wel dat er dit jaar toch ‘drie’ stout geweest waren! Mijn drie koters nepen hem toen wel even…

  3. Die Sint zegt al jaren dat er geen stoute kinderen zijn, ook toen Zoonlief klein was, en o wee, als ik iets anders durfde beweren…

  4. Alhoewel het door op onnatuurlijke wijze vroegtijdig doen overlijden patroonheiligen maken van bisschoppen dan weer niet erg wellevend zou zijn.

  5. Vandaag hoeven de stoute kindjes geen angst meer te hebben voor de Sint, want als ze ‘maar’ een drie krijgen van de juf, dan zetten mammie en pappie daar wel een advocaat op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *