Korstjes krabben

Van verdriet krijg je korstjes. Van kanker ook. Van pokken. Van vallen met de de fiets. Van vallen zonder fiets. En van mazelen. Aan korstjes mag je niet krabben, maar iedereen doet het toch. Want een mens moet weten waarom. Onder korstjes zit een reden, een échte reden, een goede reden. En anders moet je harder krabben, nog krabben, pulken tot er bloed is. Korstjes zijn dekseltjes van doosjes waar een raar mannetje in zit. Hupsa, zegt duiveltje-weet-al, en hij springt uit zijn doosje. Vandaag was hij op de radio. Hij moeide zich met de mazelen in Nederland.

De buren van het noorden hebben de mazelen, 230 keer en waarschijnlijk meer, omdat ze niet zijn ingeënt. Voor sommigen is het vaccin tegen de mazelen -hier rinkelt een misdienaar met een belletje- een motie van wantrouwen tegen god. Daarna nam ene diepchristelijke Helena Burger het woord over die god. “Wat god niet wil”, zei ze, “gebeurt niet met mijn kinderen”. Ze had er negen. En ze had polio gehad, omdat ze niet was ingeënt. “Polio”, zei ze, “heeft me zo dicht bij god gebracht. Dat had ik gewoon niet willen missen.” Kortom, achter de korstjes van Helena Burger zat een god.

Het had een troost kunnen zijn voor iedereen met een korstje. Tenslotte heeft iedereen korstjes. Maar ik kreeg er alleen maar jeuk van. Alsof ik in de klas zat met alle kindertjes van Helena Burger tegelijk. Tenslotte zijn mazelen besmettelijk. Stel nu dat je het vaccin tegen de mazelen géén motie van wantrouwen vindt tegen god, dan moet je je zéker laten inenten, namelijk tegen de negen kinderen van Helena Burger. En stel nu dat je mazelen krijgt en je raakt er niet dichter van bij god, bijvoorbeeld omdat je je eerste communie niet hebt gedaan, wat zou Helana Burger dan zeggen? Dat het een straf is? Dat het je eigen schuld is?

Het moet in ieder geval iéts zijn. Daarvoor dienen korstjes, ze verbergen het grote waarom. Van verdriet, kanker, pokken én mazelen. Helena Burger heeft een god die weet waarom. Andere mensen staan in voor hun eigen waarom, wat meestal ook geen probleem is. Had hij maar zoveel niet moeten roken. Had zij het maar niet zonder condoom moeten doen. De chauffeur had gedronken. De dokter geloofde mij niet! Dat kruispunt was een draak. Zij had zich natuurlijk ook moeten inenten! Het waren de verkeerde pillen. Er zijn redenen met hopen. Een mens hoeft alleen maar aan zijn korstjes te krabben. En wie niet weet waarom het pijn doet, moet harder krabben, nog krabben en pulken tot het bloedt.

(eerder verschenen in De Standaard Avond)

2 gedachten over “Korstjes krabben”

  1. Religie heeft ook een impact op mijn inentingsgegrag. Ik ben Darwinist, geloof in survival of the fittest en in niets anders.
    Als anderen zich niet inenten, bewijzen ze onrechtstreeks dat mijn religie superieur is ;-)
    En nu ga ik krabben tot het bloedt :-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *