Kort armpje

Ze zagen eruit als halve gangsters, kleine criminelen, het soort waarvan een vrouw na sluitingsuur sneller gaat wandelen in een winkelstraat, maar ze wilden niet op mijn voorstel ingaan. Of er niemand aan het loket zat misschien. En eigenlijk toch maar liever niet. Ja maar, zei ik nog, anders betaal ik de helft. Iedereen content! Tenslotte zie ik in het weekend wel eens een misdaadserie op tv. Ik weet hoe dat volk denkt. The game’s out there, and it’s play or get played, niggaz. Maar nee, ze wilden niet. Pussy’s dat het waren! De puta madre 69 op hun t-shirt! Poseurs! Natuurlijk was hun moeder geen hoer. Anders hadden ze mij wel geholpen.

Ze liepen naar hun Mercedes, piepten de kar open en stapten in. Ik volgde discreet. We reden in het licht van TL-buizen van -2 naar 0. Zij in hun Benz, ik in mijn Fiesta. Boven voerde ik het plan uit, met of zonder toestemming. De pummelmans aan het stuur stak zijn arm door het raam, de slagboom ging open en ik reed met een halve bumperkus mee naar buiten. Of dacht u dat een parkeeroog slim genoeg is voor één centimeter? Maar nee! Op slagbomen zit een veiligheidsmarge. Die slaat heus niet zomaar dicht op uw motorkap. Zelfs niet bij mannen met een hoedje en troela’s op de pedalen. Enfin, zo ben ik eens uit een parkeergarage ontsnapt. Pas op, ik ben geen slecht mens. Ik was gewoon mijn bonnetje kwijt. En in die tijd hingen er nog geen camera’s. Nu wel. Overal. Voor ons aller nummerplaat en goed fatsoen, niet voor ons comfort. Daar geven parkeergarages geen donder om.

Maak mij niet wijs dat het de mannen van Q-Park nog niet is opgevallen dat onze arm te kort is. Hun camera’s nemen maar twee dingen op: mensen die buiten rijden zonder te betalen en mensen van wie de arm te kort is. Hoe dikwijls hang ik okseldiep uit het raam van mijn automobiel om dat bonnetje te pakken te krijgen! Tevergeefs. Stappen twee, drie en vier zijn: zet hem in neutraal, trek de handrem op en maak de gordel los. Nog eens duwen helpt niet en horen wij daar geen naad scheuren. Miljaar zeg! En ja, nu bromt de bepiemelde goegemeente natuurlijk: mens, ga dan ook dichter staan. Maar dat durft dit mens niet. Omdat de tegenpartij de velgen heeft gekozen en die velgen niet bedoeld zijn om mee langs bordessen te schrapen. Kortom, stappen vijf en zes zijn: doe de deur open en wring uw boezem behoedzaam tussen automaat, carrosserie en strek wat er te strekken valt. Het is geen gezicht, maar het staat wel 700 keer per dag op film. Nochtans heb ik hele gemiddelde ledematen, wat wil zeggen dat minstens de helft van alle armen te kort is. Of nog simpeler: die paaltjes staan te ver.

Het is nutteloze wetenschap die parkeerbonzen niet tot investeringen zal nopen. Er is ons maar één plezier gegund, dat van een slagboom die openstaat en drie draadjes die uit de grond steken. Heeft één van onze zusters de gewraakte bonnetjesbak van zijn sokkel gedouwd. Hoera. The game’s out there, and it’s play or get played, bitchaz. Parkeergarages trekken soms ook zelf aan het kortste eind.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *