Kunst bij de gynaecoloog

Gaat u maar liggen, zegt hij, we zullen eens kijken. En plichtsgetrouw trekt zij haar slip uit, net zoals ze ‘s zich ochtends plichtsgetrouw heeft geschoren. Onder de douche. Dáár ja. Met nadien nat pluis in het afvoerputje.
Ze ligt klaar op een stuk keukenrol. De dokter zegt niets. Hij knijpt op een fles met gel en neemt een echo langs haar buik. Alle moeite is voor niks geweest, zo blijkt. Ze had gewoon alles moeten laten staan en alles moeten aanhouden. De rest van de dag voelt zij zich een troela die precies per se haar gerief wilde laten zien. Het zijn, wat men noemt, kunsten bij de gynaecoloog. Variant op het thema is de thuiskomst met een binnenstebuiten gedraaide onderbroek. Iedereen rolt met zijn oogbollen. Diepe zuchten zijn ons deel. Maar het kan nog erger. Of wie kent de historie niet van de vrouw en het verkeerde washandje?

Opnieuw ligt een vrouw op de keukenrol bij de gynaecoloog. Oh, zegt de dokter, terwijl hij een eendenbek in haar wegmoffelt, u heeft precies uw best gedaan. De vrouw zwijgt. Ze heeft geen idee van wat de mens bedoelt. Ze voelt weliswaar dat er iets beschamends gaande is, maar ze wil het niet erger maken met onnozele vragen. Of toch niet ter plaatste, terwijl zij zonder onderbroek is. De gynaecoloog begrijpt trouwens maar al te goed dat hij te spontaan is geweest in zijn verwondering. Ze zwijgen allebei. De rest van de dag vraagt de vrouw zich af wat hij zou hebben bedoeld, met haar best. Pas als ze ‘s avonds terug in de badkamer staat wordt één en ander duidelijk. Er loopt een spoor van kinderglitter in de lavabo. Dochter is met sterretjes in de weer geweest. Moeder heeft zich met het verkeerde washandje gewassen. Mja, kunsten bij de gynaecoloog, het is nooit wat.

Maar het kan nóg ellendiger. Van alle kunsten bij de gynaecoloog spannen de kunsten in de wachtkamer de kroon. Niet dat vrouwen toeren uithalen in de wachtkamer. Bij de gynaecoloog is het altijd stil. Hoogstens hoor je hier of daar een inlegkruisje ritselen. Hoogstens probeert die naast je stiekem te krabben waar het jeukt, via de zak van haar regenjas. Verder is er géén overleg, geen solidariteit en géén empathie. Iedereen houdt vreugde, verdriet en ongerustheid voor zich.
De kunsten in de wachtkamer worden niet uitgemaakt door de aanwezigen. De kunsten in de wachtkamer hangen aan de muur, of ze staan metaforisch te wezen op de grond. Zo weet ik ergens een geverfde boomstam staan die van boven tot onder is opengewerkt. In de spleet heefteen knutselaar een navelstreng gekleid én twee handen, die zogezegd de spleet moeten openhouden. En naast die sculptuur moet je dan quasi onverschillig in een Libelle zitten bladeren uit de jaren 90. Het is een kunst. Het is een opgave. Het zou niet mogen zijn. Voor je het weet haalt iemand het in zijn stomme kop om het mysterie van een eierstok te synthetiseren met de functionaliteit van een kapstok.

Ze moesten het verbieden, amateurkunstenaars en locale creatieven die zich over het thema buigen. Baarmoeders en vagijnen zijn zelden geschikt voor artistieke expressies. Je hebt natuurlijk het lievelingsschilderij van Karel De Gucht. L’Origine du Monde, heet het, 145 jaar geleden gemaakt, door Gustave Courbet, in kikkerperspectief. Je ziet dijen, billen, schaamlippen, krulhaar en een tiet, in die volgorde, precies zoals ze zijn. Ook bij de gynaecoloog, zij het dan iets minder kronkelig en op een ordelijk bed van skai en keukenrol. Geen vrouwenarts die zoiets durft ophangen in zijn kabinet. In de plaats bestelt hij liever ergerlijke flauwiteiten bij de gemeentelijke kunstkring. Of hij laat iets bakken bij een sympathieke buurvrouw, pakweg ene Ria met een atelier dat ze KeRIAmiek heeft gedoopt. Ach, kunsten bij gynaecoloog, ze mogen geen verdienste hebben. Een vrouw legt zich daar beter bij neer, nog voor de dokter iets heeft gezegd.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *