Kwaad geweest

Het is een poos geleden, 80 frank voor een pak blauwe Gauloises, te draaien uit de automaat bij de ingang van de cafetaria. Later schoot ik door naar zelfgerolde sigaretten, Van Nelle zware shag ritsel de ritsel in rode Rizlapapiertjes. Na de les kocht ik bij Jean-Pierre geen broodje banaan. Laat staan dat ik op mijn kamer potjes Tupperware had met thuisgemaakte soep. Zo veel at ik gewoon niet. Trouwens, de asbak moest nog vol.

Ik was een schriel meisje op Dr. Martens. Na de les duikelde ik met een nog schrieler meisje de cafetaria in. Daar zetten we ons aan de pinten en de poëzie, de pummels van de peda, het leed van de wereld en de literatuur. Ik kon danig kwaad kijken en ik meestal meende ik het. Ik vond dat de mensen gerust een beetje bang mochten zijn. Paf. Nog een Gauloise.

Het is allemaal voorbij. Want vorige week zat ik na mijn werk opnieuw in de cafetaria en de sigarettenautomaat was weg, tegelijk met de asbakken op tafel. Bovendien had ik schoenen aan met hoge hakken en hing er een handtas aan mijn arm. En om me helemaal in nostalgie te verliezen bestelde ik appelcake en thee. Dat deed ik vroeger nooit. Laat staan dat ik me ooit stoorde aan harde muziek. Rokerig en luid, het maakte niet uit. Ik rookte altijd meer en schreeuwde nog harder. Tegenwoordig maak ik al van mijn oren als ik naar Thuis wil kijken en ze maken te veel lawaai in de keuken. Kortom, ik ben de studentikoziteit ver voorbij. In de plaats heb ik nu een carrière en is mijn toekomst half weg. Ik wil gerust geloven dat het beste nog moet komen, maar het meeste heb ik precies al wel gehad. Het is de schuld van de ervaring. Vroeger kon ik me kwaad maken over alles. Nu weet ik dat het geen zin heeft. Ik dronk van mijn thee, slikte een stuk cake door en dacht: Het komt nooit meer terug.

Tot er aan de tafel naast mij een trio neerstreek dat me deed beseffen dat sommige dingen niet veranderen. Zo onverbiddelijk is de nostalgie niet. De drie studenten waren precies hetzelfde als die van vijftien jaar geleden. Ze deden rechten of economie, één meisje en twee nette jongens. Zij droeg een beige broek, donkerbruine rijlaarzen, een lichtpaars lamswollen truitje met v-hals met een witte chemisier eronder. De jongens droegen jeans, chocoladekleurige truien met ronde hals en een ruitjeshemd eronder. De boys waren gecoiffuurd met de oren vrij, terwijl haar haar sluik en recht geknipt over haar schouders hing. Ik weet wel dat je ze niet op zicht mag beoordelen, maar geef toe, u kent ze ook. U weet welke carrière en welke salarissen ze in gedachten hebben.

Het ging ineens een heel stuk beter met de nostalgia. Vooral toen de ene jongen aan het meisje vroeg wat haar handicap was. Waarop zij zuchtend antwoordde dat ze de laatste tijd geen tijd had om veel te spelen. Bon chic bon genre, geheel volgens de regels van het geslaagde volwassen leven, jongens en meisjes die zich voegen naar de normen van papa en mama en het veilige perspectief. Waarna mijn nostalgie vanzelf plaats ruimde in de cafetaria. Ik nam nog een slok thee, prikte het laatste stuk cake naar binnen en besloot vol berusting: ik ben tenminste nog jong en kwaad gewéést.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

5 gedachten over “Kwaad geweest”

  1. zoals oma zaliger zei : ‘t zin lèk twei ut ‘t nest gevolen musjes

  2. Wie (be)rust in het huidig comfort… zal de komende jaren de crisis pas echt ervaren.
    Less is more… zal dan wel weer “in” moeten worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *