Lawaai op het bouwterrein

OriginalPhoto-478429381.667338Er was een lelijk plan om het boek te laten verdwijnen. Ik ging het harteloos bij het oud papier leggen. Ineens zou het gewoon weg zijn. Niemand zou het het missen. Ja! Ik zou nooit meer betonmixers moeten aanwijzen, of kiepauto’s met stenen. En ik zou me nooit meer ergeren aan die ene troela op iedere pagina, die met een staart onder haar helm moet bewijzen dat meisjes ook met een kruiwagen kunnen rijden. 

Lawaai op het bouwterrein, zo heet het boek. Met dank aan ene Sam Taplin. Ik hoop dat hij stikt in een Napoleonbolletje bij de kapper. Als het maar een onnozele dood is, niks heldhaftigs met steigers en plannen. “Er is veel lawaai op het bouwterrein”, schrijft Sam Taplin. “Hoor je de breker in de grond boren en de grote graafmachine de stukken bij elkaar schrapen?”

En dat zou ik moeten voorlezen? Voor het slapengaan! Wie kan daarvan slapen? Het is om koppijn van te krijgen. Nog goed dat de batterijen van het boek leeg zijn. Of dat kleine vingertje zou nog op de grote graafmachine duwen. Raaaar. Vroaar.

“Hoor je de geluiden”, vraagt Sam Taplin. Hoor je mij schreeuwen, Sam Taplin? Het beton op bladzijde 4 ziet eruit als schijterij. En de vrachtwagen van Vastgoed Ontwikkelingen wekt weerzin op. Met die pastelhuisjes. Ik heb eens gehoord dat Vastgoedontwikkelaars soms met het hele  schepencollege naar het bordeel gaan. Om te vergaderen! Jouw boek werkt hier verkeerd op de fantasie. Dat kan ik er toch niet allemaal bij vertellen? Daar is de toehoorder veel te klein voor. Je zou hem moeten zien zitten, in zijn sterrenpyjamaatje.

Wat ik al allemaal heb geprobeerd om iets leuks te maken van dat vreselijke boek. Het lukt me niet. Mijn verbeelding is een bulldozer, maar tegen sommige realiteiten kan ik niet op. Er schieten voorlopig alleen maar ongeschikte zinnen door mijn hoofd: “Ze zijn het doolhof van Ronny Regenworm aan het volstorten met mortel. Het koffieservies van Madam Mol bibbert uit de kast. En zie je daar die twee vogelvriendjes vliegen? Ze vliegen omdat ze niet meer kunnen zitten. Hun pootjes zijn in het cement blijven steken. Zij hadden natuurlijk ook moeten kijken waar ze gingen zitten!”

Geef toe, daar kun je zo’n hummeltje de donkere nacht niet mee insturen. En dus wijs ik de betonmixer nog maar eens aan, het mannetje met de schop en de migrant met de baksteen. Want die kost minder. Ik kan het niet laten. Ik krijg alleen maar slechte gedachten van een bouwwerf. Het is er koud. Er is modder. En wie gaat die appartementen in godsnaam allemaal kopen, als het penthouse van 400.000 euro weg is? Maar goed, ik zwijg, ik wijs en ik probeer niet te letten op de treurnis van de oranje werfnetten.

In het hele boek staat maar één tafereel waar ik me in kan vinden. Twee mannen staan bij een hek met een mok. En dus blijf ik maar vragen: “Wat doen deze meneren? Ja, die drinken koffie!” Al zeker 100 keer. Nochtans was er een lelijk plan om het boek te laten verdwijnen. Ik ging het écht waar harteloos bij het oud papier leggen. Lawaai op het bouwterrein, ik haat het, maar voorts ben ik niet van beton.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Een gedachte over “Lawaai op het bouwterrein”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *