Lenteliedje

Het oudste Nederlandstalige lenteliedje ter wereld gaat over vogelnesten. Het is in de jaren 1100 neergekribbeld door een verliefde monnik. Die zat in Engeland Latijnse preken over te schrijven toen hij zich in de kantlijn liet gaan. Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu? Het is lang geleden maar je hoort het hem nog altijd zuchten: Alle vogels zijn aan hun nest begonnen, behalve jij en ik, waar wachten wij eigenlijk nog op?  

Het vers behoort tot de canon van de Nederlandse poëzie, het opperste van het opperste. Maar ik durf te stellen dat de pennenvriend van dienst een onnozel type was. Eén. Hij deed zijn werk niet, want hij moest netjes preken kopiëren. Twee. In abdijen wordt reglementair niet gedroomd over nesten voor twee personen. En drie. Nesten hebben niks met romantiek te maken. Wat zich dezer dagen in de bomen afspeelt is een vastgoedoorlog. Wie nu nog geen nest heeft zal genoegen moeten nemen met wat overschot in een kreupelbosje.

Een doorgewinterde vogel begint op tijd ruzie te stoken. Met goede manieren kom je in de lente nergens. Het gezelligste spechtenhol (ruim, nieuw en opgeruimd) is meteen bezet. Ik herinner mij nog de beleefde merel. Het was een zielig tafereel. Het merelwijf zat in de regen op het nest. Waarachtig klonk haar lentelied. Eerst moest ze tevreden zijn met een tweederangshaag langs een Vlaamse steenweg. Daarna deed een gemeentearbeider de rest, met een snoeischaar. De beleefde merel zat in het nat te kijk voor iedereen. De vogelvastgoedmarkt is meedogenloos.

Als ik de lezer een goede raad mag geven: Geloof niet in vrolijke lenteliedjes en verhuur uw pand niet aan koolmezen of spreeuwen. Het zijn slordige lieden die have en goed onderschijten. Uiteraard wordt er in voorjaarsmelodieën geen enkele noot besteed aan de waarborg. Het is alleen de tralala die telt. Maar vergis u niet. Suskewiet is immospeak, praat van de meest doortrapte vastgoedmakelaar.

Vergelijk het met een annonce à la Herenwoning met authentieke elementen. Leuke tuin, terras en tuinberging, op een vlot bereikbare ligging binnen de ring. Ideaal gelegen nabij winkels, openbaar vervoer, scholen en parkgebied. Zo wordt er gekwetterd over een rijtjeshuis met een lelijke schouw en een bushalte op de stoep. Die dikke monnik in Engeland had geen benul van nesten en lenteliedjes. Wie het getierelier durft te vertalen zal horen dat het één grofgebekte scheldtirade is, een bombardement van dreigementen en geen manieren.

Bespaar uzelf de moeite, stomkop. Dit is mijn terrein. Wegwezen! Godmiljaar! Zijt ge daar nu nog? Gij durft. Ga op een ander huizen. Maak me niet kwaad. Of ge zult het u beklagen. En zo gaat het maar door in het voorzichtige groen van de ontwakende meidoorn. Het is blij, noch romantisch en het oudste Nederlandstalige lentelied van de wereld is een leugen. Mochten er nu nog hardleerse monniken of heidenen zijn die klef willen doen over het voorjaar en de liefde, dat ze het zonder vogelnesten doen. Vogelnesten zijn keiharde immo. Schrijf deze preek anders maar eens drie keer over. Netjes!

5 gedachten over “Lenteliedje”

  1. Tante Annie op het scherp van de snede, fileert met het mes van sarcasme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *