Mijnheer Bomans

In leuke verhalen schijnt de maan altijd naar binnen door een spleet tussen de gordijnen. Nu niet. Er waren geen gordijnen en de lamp van de frituur aan de overkant van de straat knipperde. Chez Alice. Chez Alice. Chez Alice. Ik lag met mijn wang tegen het behang, kon niet slapen. Slecht logement in de Ardennen, zogezegd ter ontspanning. De potage du jour speelde op, tegelijk met de negen pommes croquettes.  Ik keek naar de kwastjes aan de nachtlamp van halve varkensblaas, ging nog eens naar de wc, staarde opnieuw naar het behang en kreeg een vogeltje in de mot.

Het had geen kleur. Het bestond alleen bij gratie van de bobbels in het behangpapier. Ik voelde aan zijn kopje. Tot ik ineens iets hoorde knisperen. Het papier bolde op en scheurde open. Er kwam een warme, kloppende vogelborst tevoorschijn, met een staart en échte veren.

Het beest bevrijdde zich uit het behang en ging op de nachtlamp zitten. Goedenacht, zei hij beleefd. Ik ben de tapisseervogel, maar gij moogt mijnheer Bomans zeggen.
Dag mijnheer Bomans, antwoordde ik stilletjes en onderwijl dacht ik al aan de wens die ik wellicht zou mogen doen. Fauna komt over het algemeen niet zomaar van achter het behang gekropen. Ge weet waarschijnlijk al waarvoor het is, vroeg mijnheer Bomans. Ik knikte voorzichtig: Het zal voor een wens zijn zeker? Inderdaad, kreunde mijnheer Bomans en hij deed zijn gevoeg op de lampenkap. Wat wenst ge?

Ik wenste een reis naar het land van de dertiende maand. Mijnheer Bomans deed zijn oogjes dicht en keek mij daarna bedenkelijk aan. Gij weet toch dat gij daar niet welkom zijt, zei hij. Nu ja, het is typisch voor mensenkinderen om altijd te wensen wat niet kan. De vogel schudde met zijn vleugels en haalde een klein flesje uit zijn lederen brieventas. We zullen u moeten maskeren, zei mijnheer Bomans, want in het land van de dertiende maand rieken ze zelfstandigen van ver.  Daarop benevelde hij me met wolk van fijne sterretjes.

Ineens had ik een groene fluwelen muts op met flappen aan de zijkant en een bril tegen de wind. Bovendien schoot er van mijn normale zelf maar 10 centimeter over. Maak rap dat ge op mijn rug zit, zei hij. Want ik heb niet veel tijd en ik voel me sowieso niet te best. Ik vlieg mezelf de pleuris met al die mensenwensen.
Voor we vertrekken, nog één praktische wenk. Ik wil gerust met u naar het land van de dertiende maand,  maar alleen als ge belooft om niets te plukken, niks te smokkelen en overal van af te blijven. En sla uw armen stevig om mijn  nek, want het zal hard gaan. Mijnheer Bomans spoot nog één keer met het flesje en borg het terug op. Het raam ging open en mijnheer Bomans sprong vol vertrouwen van de vensterbank. En toen ging het mis. We vielen pardoes naar beneden, recht op het ijs van een regenton. Er knapte iets. Het was mijnheer Bomans. Het flesje rolde uit zijn brieventas.

Ik wenste dat ik terug in bed lag, deed het raam dicht en zag dat de lamp van de frituur aan de overkant was kapot gesprongen.

(Na een winterslaap van twee weken is Vacature er weer, met Klaas.)

10 gedachten over “Mijnheer Bomans”

  1. Hoewel niet geheel te overzien is welke invloed het gaat hebben op mijn omgang met vogeltjes die zich meneer Bomans noemen: prachtverhaal!

  2. Ik zou niet durven.
    Door Bomans moest ik ineens aan Bosmans denken.
    Ik heb dat soms.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *