Mijnheer vanden E.

mijnheerToen mijnheer vanden E. voor de allereerste keer naar adem hapte, was ik -ik heb het opgezocht- te laat op een ontbijtvergadering. Ik weet nog hoe ik vloekte. Dat het geen tijdstip was! Dat het mijn genre niet was! En waarom schijnbaar iederéén onderweg was naar een ontbijtvergadering! Zo veel gedoe voor fruitsap uit een doos en chocobroodjes van dié kwaliteit.

Een mens bedient zich louter van klachten die bij zijn comfort passen. (Mijnheer vanden E. heeft daar inmiddels een flink aantal wijzigingen in aangebracht, maar daarover later meer.) Na de ontbijtvergadering flapte ik mijn kinderloze wallen terug in de auto en ging bij mijn ouders op bezoek.

Het was een mooie dag. De zon scheen. En voortaan was mijnheer vanden E. er ook bij. Alleen wisten wij dat toen nog niet. We hadden het ons wel al afgevraagd. Zou hij er al zijn? Wie weet is hij er al! En als hij maar niet Keano heet, wensten wij. En als het een mejuffrouw wordt, hopelijk moeten we dan niet Chayenne zeggen. Chayenne! Wat gaan ze wel niet van ons denken in de speeltuin! Soit, het werd mijnheer vanden E. Al hoorden wij niets van hem. Tot op een dinsdag de telefoon ging. Ik weet nog waar ik was. Ik stond bij een mammoet uit de prehistorie, in het natuurhistorisch museum van Brussel en ik kreeg geen lucht meer. Of mijnheer vanden E. bij ons mocht komen logeren? Lang! Misschien wel voor de rest van zijn leven. Ook al hadden wij geen bed dat klein genoeg was, geen pyjama en geen benul. Wij wisten zelfs niet wat mijnheer vanden E. ging eten. In orde, zeiden ze aan de andere kant van de lijn, tot donderdag, wat hetzelfde was als: Tot overmorgen.

In een razende rotvaart heb ik zijn kamer opgeruimd. Met mijn bloes binnenstebuiten nam ik de bus heen en weer naar de stad voor nog meer gerief. Terwijl de spondeligger een matras ging kopen. Mijnheer vanden E. is in dit huishouden neergestort, zoals Mozes voorbijdreef in zijn mandje (zonder het koninklijke aanzien) en zoals Superman door de dampkring schoot (zonder de buitenaardse krachten). Het was geen gezellige donderdag. Het regende en iedereen weende. Ik durfde nauwelijks te kijken toen ik hem voor de eerste keer zag. Het kleine bestaan van mijnheer vanden E. maakte slagzij. Sindsdien moet hij het stellen met twee schuinse matrozen die nog altijd niet weten hoe diep ze kúnnen buigen. Overigens, op zijn eerste verjaardag vraten die twee de taart zélf op!

Hoe wij ons gingen gedragen viel te voorspellen. Wij hebben mijnheer vanden E. ruimschoots op voorhand moeten verdienen, met gesprekken, vragenlijsten en rollenspellen. Hij beschikt immers over een garnizoen maatschappelijk assistenten. Zij noteerden ijverig in ons dossier: Mevrouw heeft een apart gevoel voor humor. In mijnheer hebben wij alle vertrouwen. Enfin, mijnheer vanden E. huist hier nu. Niemand weet tot wanneer. Maar inmiddels zitten wij alvast aan één harde biceps. Want mijnheer vanden E. laat zich dragen en dit kot blijkt vol trappen te zitten. Kortom, dit is niet de laatste keer dat ik een stukje heb bijeen gehijgd. Ik ga nog van hem houden, ik, van mijnheer vanden E.

 

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

7 gedachten over “Mijnheer vanden E.”

  1. Kippenvel. En ook heel speciaal blij voor u. Ook al weet ik niet zeker of ge snapt waarom.

  2. Proficiat, en weet dat er geen weg terug is. (Het houden van wordt alleen maar erger).

  3. Mijnheer vanden E. is met zijn gatje in de boter gevallen, zeker weten, al ben ik geen maatschappelijk assistent. Een dikke welgemeende proficiat!

  4. Wow! Best heftig dat Meneer vanden E. na de telefoon ‘overmorgen’ al bij jullie kwam. En ik weet waarover ik het heb, want hier klonk het ‘tot morgen’…

    Ter info voor de maatschappelijk assistenten: Meneer vanden E, en alle anderen, zullen bijzonder veel geluk hebben wanneer zij vastgehouden, geknuffeld en veel meer, gaan worden door mensen met ‘een speciaal gevoel voor humor’… want je kan dat al eens nodig hebben….

    Proficiat!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *