Nondedju, mijnheer Vanhaemel

Dreigement: Als ge voor Pasen niet weet wat ge gaat doen, gaat het slecht met u aflopen. Hoe vroeger ge een studiekeuze maakt, hoe beter. Onderzoek heeft het uitgewezen. Zonder benul schiet ge alle kanten uit en geraakt ge nergens. En als we het over de universiteit gaan hebben, wordt het alleen maar erger. Want op de universiteit zijn de slaagpercentages in het eerste jaar niet bepaald weelderig van aard. Ge zult zien, nog voor het Kerstmis is, heeft de helft van het volk er al gelegen.

Go-Passen worden uni senso nog één keer ingevuld: terug naar huis. Tupperwarepotjes zullen haar krijgen in de frigo omdat de bewoner van de studio het is afgetrapt. De laatste keer zult ge uw trolley met vuile was en natte ogen door de tunnel onder het station sleuren. Dat ik het u voorspel! Als ge niet oplet, zal het met uw hoger onderwijs rap afgelopen zijn. Alzo orakelde mijnheer Vanhaemel, de frustraat van fysica.

Iedereen kon ruiken dat hij deodorant gebruikte van bij de apotheker. En iedereen kon zien dat het verloren moeite was. Onder zijn oksels was zijn hemd nat. Hij hoefde zijn armen niet eens ten hemel te strekken. De plekken waren groot genoeg.

Normaal wilde mijnheer Vanhaemel ons warm krijgen voor appelen en peren die een pastoor met allerlei versnellingen uit zijn kerktoren gooide. Of hij stond vooraan te zumpen over de Sirocco in Walibi, over hoe daar nog nooit iemand middelpuntvliedend was uitgevlogen en over hoe de fysica zulks kon verklaren. Wonderbaarlijk! Ook hoe hij hij de wetten van het geluid aanschouwelijk maakte met een reusachtige veer. Hij stond op het trapje bij het bord met één kant van de veer. Een leerling stond drie meter verder met de andere kant van de veer. En maar golven. Zo ging het ook in ons oor, zei hij, maar dan kleiner.

Alleen op een mooie dag in februari kon het mijnheer Vanhaemel allemaal niet bommen. Hij ging over tot een gespreksronde. Hij wilde van iedereen weten wat die volgend jaar ging doen. Wij antwoordden trots en vol goede moed: handelswetenschappen, verpleegkunde, kine, pol & soc, TEW en Germaanse. Hij draaide met zijn ogen. Dat zoveel mensen meenden dat ze universitaire studies aankonden! Mensenlief! Inbegrepen An Olaerts, de laatste van de klas. Daarna wierp hij mij de legendarische woorden toe: Zoudt gij toch niet wat simpelers Niemand kon zich inbeelden wat voor bom er op dat moment in mij ontstoken werd. Het sujet met de bruingebreide cravate had mij publiekelijk beschimpt en uitgespuwd. Maar ik zei niks. Ik raapte zijn ellendige profetie op en stak ze brandend in mijn broekzak.

Op harde dagen aan de universiteit hoefde ik alleen maar even te voelen aan de woorden van mijnheer Vanhaemel. Ik stierf nog liever dan dat ik tijdens de examens één hete traan zou laten. Nondedju, mijnheer Vanhaemel! Vier jaar later had ik een universitair diploma op zak. Vijf jaar later nog eentje en zes jaar later nog eentje. Met dank aan de dreigementen van mijnheer Vanhaemel, een frustraat zonder haar uit H.
(eerder verschenen in De Morgen)

3 gedachten over “Nondedju, mijnheer Vanhaemel”

  1. Ha, de okselvijvers van Vanhaemel! Die kan een clubje oprichten met Alain Van Dam!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *