Onnozele vragen

Dinsdagochtend was het, vorige week. Ze zaten met zijn vieren aan één kant van de tafel, precies een Russisch poppetje dat was opengesprongen. De dikste moefa eerst. Hij was de baas. De volgende twee liepen netjes in de pas. Ze zeiden precies hetzelfde. Hallo. Hallo. Hallo. Alsof ze een wensput waren.
Als laatste poppetje plopte de HR-manager tevoorschijn. Hij was de kleinste van het gezelschap, maar wel uit één stuk gemaakt. Hij wist wat het moest zijn. Hij wist wat ze zochten. En hij wist wie ik moest zijn als ik het wilde worden.

Ik vond dat ze gespeeld plechtig deden met zijn vieren. Een mens zou nog denken dat er iets belangrijks stond te gebeuren. Terwijl het licht niet eens aan was in het vergaderzaaltje. In de hoek stond een plant te sterven. Over de kapstok hing een kromme paraplu. En koffie kreeg ik ook niet. Ik vond de ontvangst danig tegenvallen. Ik dacht dat ze blij waren om me te zien, of op zijn minst nieuwsgierig, maar dat waren ze niet. Troetelbeersgewijs straalden ze maar één boodschap uit. Dat ik vooral niet hoefde te denken dat zij zich door drie schampere opmerkingen en een mooi c.v. zouden laten inpakken.

De HR-manager zei niet veel. Hij keek mee met de rest met de poppetjes. Ik voelde me twee spoelwormen in een glazen pot. Dikker en langer dan de meeste spoelwormen bovendien, want ik weet anders niet waarom ze bléven kijken. Achteraf bleek dit géén eigenaardig gedrag te zijn. Als je gaat solliciteren word je altijd aangestaard, spraken de ingewijden. En wat ik klasseerde onder onnozele vragen, waren helemaal geen onnozele vragen. De vragen waren compleet standaard. Recht uit de handleiding HR Hoe & Waarom?. Het waren mijn antwoorden die scheef waren.

Als alle kandidaten, sprak de HR-manager, precies hetzelfde kunnen als jij, waarom zouden we jou dan aannemen? Wat is het verschil tussen jou en de anderen?
Mag ik antwoorden met nog een vraag, vroeg ik aan de HR-manager. Hij knikte zuinig. Ik zeg: Met welke auto rijdt u, mijnheer? Hij reed met een Audi A3, kon zijn trots amper verborgen houden, maar herpakte zich vliegensvlug. En vanwaar moet u komen, mijnheer? Hij zuchtte en mompelde met tegenzin: Aarschot. Ik wist ook wel dat ik er geen zaken mee had. Maar wat moest, moest. Ik zat met een betoog dat moest worden opgebouwd.

Van Aarschot naar Leuven, rekende ik snel uit, nog geen 20 kilometer, één tankstation, vier afritten, minder dan een kwartier over de E314. Perfect te overbruggen met een Nissan Micra. En toch heeft u een Audi A3 gekozen, mijnheer. Als u daar een reden voor heeft, is dat misschien het verschil. Het gezelschap lachte voorzichtig.
De ingewijden joelden ongegeneerd: Oh nee! Dat wordt niks. Op sollicitaties is het nooit de bedoeling om de slimme uit te hangen, zeiden ze. Hoe weet je dat nu, wierp ik op. Toen ik afscheid nam hebben ze gezegd dat ze iets nog zouden laten weten. Maandag. De ingewijden lachten: Een loze belofte om de sollicitatie te besluiten, zo gaat het meestal. Of welke dag is het vandaag?

(afgelopen zaterdag verschenen in Vacature, met alweer een tekening van Klaas Verplancke)

3 gedachten over “Onnozele vragen”

  1. Hier heb ik dus nu ook al nachtmerries over en kotsneigingen van. Dat me dit ook weer eens te wachten staat!

    Heerlijk geschreven. As usual.

    En laat die sollicitatietips maar komen, ik kan er nog wat van opsteken.

  2. Mondige, zelfstandige en slimme vrouwen, daar zijn de Russische poppetjes bang voor!
    De wet van Linus zegt: ‘Niets belast je meer dan een groot potentieel.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *