Op Allerzielen

Een mens die zijn collega dood wenst, gaat die naar de hel? Zal de duivel hem na drie donderslagen komen halen? Zal de toorn gods over hem neerdalen met bliksemschichten en duivenschijt? Zal hij voor straf een tongkus krijgen van Jacques Vermeire? Zal hij terugkeren op aarde als de poetsvrouw van een parenclub? Zal hij worden geplaagd door drie eksters die eeuwigdurend in zijn lever pikken?

Ja! En nog erger. Want het is niet netjes om een collega dood te wensen. Ook al verknoeit zij je dagen. Ook al is zij een gesel. Ook al is hij zo leeg als de meeste zondagsmissen. Ook al zit hij tot aan zijn middel in het gat van de baas. Trouwens, voor zulke vulgaire opmerkingen bestaan er ook straffen. Verdorven gedachten zijn het. Zonden zijn het. Goddeloos is het om een ander dood te wensen! Harteloos is het om een collega te vervloeken, te hopen dat haar darmen zullen loslaten, te bidden voor een rammeling in Brussel Noord, en sabotage te overwegen. Blijf van haar ventielen af en laat zijn boterhammen met rust. Verdraag elkaar! Schreeuw niet in de gang.

Een collega dood wensen? Oh nee, ik niet, want ik geloof in god, of beter, ik betrouw hem niet. Je weet maar nooit dat hij soms mensenschrijfselen leest en lelijke bedenkingen -snuif- kan ruiken. Ik wens geen mens onder de zoden of in een vaasje. Alle collega’s mogen van mij blijven leven. Ook de overschatte en de ondermaatse, achterbakse, loopse leugenaar, want ook hij is naar gods evenbeeld geschapen. Prediker hoofdstuk 7, vers 16: Wees niet te zeer rechtvaardig en gedraag u niet al te wijs: waarom zoudt gij uzelf tot verbijstering brengen. Andermans gebreken zijn mijn zaken niet. Bovendien ben ik bang voor de hel en Jacques Vermeire. Voor je het weet begint het te onweren en gaat er een ekster op de vensterbank zitten. Lang leve de collega’s!

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Voorlopig weet niemand waarom, maar het heeft vast zin, dat zijn moppen niet deugen, dat de garage zijn winterbanden kwijt is, dat haar man migraine heeft, dat haar weekend weer zo heerlijk was en dat zijn jongste eindelijk op het potje kan. Onverdiende premies, strategisch te laat komen op vergaderingen, voortdurend op de loer liggen voor de kers op andermans taart, blaten over creativiteit en zuurstof voor het bedrijf? Ik blijf kalm. Ziektes, snelle sterfdatums en vleesvliegen komen er niet aan te pas. Omdat ik weet dat de dood komt, dikwijls te vroeg en soms te laat, maar altijd is hij onverbiddelijk. Ook voor de collega die bij leven en welzijn aan alle vervelende werken is ontsnapt, hij die de baas speelde, hij die met alle pluimen ging lopen, hij die 40 jaar hard heeft gewerkt aan niets dan zijn eigen comfort. De man met het kleine geweten, daar ligt hij, op Allerzielen, onder een bloempot met chrysanten. Ik tik voorzichtig met mijn schoen tegen zijn graf en weet: Een mens hoeft een ander mens niet dood te wensen. Alles komt uiteindelijk vanzelf weer goed.

(eerder verschenen in Vacature Magazine met een foto van Annelie Vandendael)

Een gedachte over “Op Allerzielen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *