Paardensteak saignant

Er is iets met paardenvlees. Veel mensen krijgen er de wubbe van. Dat wil zeggen: zelfs van één iel velletje paardenfilet tussen de boterham trekken ze krom van verontwaardiging. Ik ken het gevoel. Van lang geleden, toen ik nog aan de hand van mijn moeder naar de markt ging. Ik weet nog waar het witte kraampje met de rode letters stond. Op de hoek tussen de Fruitmarkt en de Marktstraat. Ze verkochten er kip, konijn en écht wild. Kip heb ik in geen twintig jaar gegeten. Zieke hen, het woord zegt het zelf. Bovendien ontnamen mijn vader en mijn zuster mij de laatste zin in kip  door op een woensdagmiddag het gepukkelde vel van een zieke hen in hun openhangende mond te plooien.

Met konijn was het nog erger. Ten eerste had ik zelf een konijn (in een hok in de tuin). En ten tweede hingen de konijnen  in het kraam op aan vleeshaken. Alleen aan hun pootjes zat nog een stukje pels. Voorts waren ze gestroopt. De oren waren hun van de kop getrokken. Voorts moet de échte kinderhorror nog komen, want wie konijn kocht in het kraam, kreeg konijn zonder pootjes. De slager hakte ze eraf. Kap! Droog en meedogenloos. Daarna zwoor zwoer ik het klaargemaakte konijn af. Het was een kwestie van dierenliefde en meer specifiek mijn liefde voor het konijn. Maar die tijd is lang voorbij. Sinds kort eet ik opnieuw alle vlees, zonder principiële uitzondering van soorten.

Wie één beest door zijn darmen jaagt, moet niet onnozel doen over andere beesten. Van mossel tot hond en alles tussenin, het kan me allemaal niet schelen. Ik zie het nut niet van enig onderscheid. Voortaan heb ik slechts één voorkeur, die van gelukkige dieren. Dieren die een fijn leven hebben gehad smaken niet alleen beter af, ze zijn ook zeldzaam. En dus eet ik weinig vlees. Bij lams durf ik nog wel eens aan een weiland denken met drie warme pluisjes op knokige knietjes, maar meestal ben ik te gulzig om er lang bij stil te staan. Als ik moet kiezen tussen de moeder en haar kinderen, kies ik voor de kinderen. Met kroketten als het even kan.

Voor vegetariërs heb ik alle begrip, maar vegetariërs die wél vis achter de wangzakken moffelen, die vind ik toch wat moeilijker om te volgen. En helemaal raar vind ik de vleeseters die uit principe geen vork in een lapje paard willen prikken. Ik weet niet waar ze gevoeligheid vandaan halen. Het moet zijn dat ze niet op een koe kunnen zitten. Of dat een karretje met twee varkens ervoor zo mal staat. Of dat een krokodil niks heeft om vlechtjes in te leggen. Wat mij betreft zijn het allemaal kromme argumenten. Een paardensteak gaat er hier bij wijlen met vreugde in. Althans tot vorige week.

Want vorige week ben ik zo stom geweest om een paardenbiefstuk te bestellen met champignonsaus en frieten in het gezelschap van een mogelijke klant. Dikke klant bovendien. Maar heden klant af. Wist ik ook veel dat hij thuis zelf een paardenstal heeft. Dat zijn lievelingsmerrie drie witte sokken draagt en dat zijn dochtertjes van zeven en acht net ingeschreven zijn voor een ponykamp in de zomer. Om maar te zeggen, soms staat saignant haaks op netwerken en goed voor de carrière. Zwijg mij over paardenvlees. Het is om de wubbe van te krijgen.

5 gedachten over “Paardensteak saignant”

  1. Zwoor? Als in verleden tijd van zweren – etteren, that is…
    Nu, dan bedank ik ook :)

  2. bestaat er een neutrale keuze? als je voor de vegetarische plat kiest, zit je misschien met een aandeelhouder van budgetslager aan tafel …

  3. det kimt ervan om zuumè eemis mèt te pakke om pèrt te goan ètte. Ich begriep dè mins ma al te goot

  4. Van toen ik bij het bestellen van een paardenfilet mijn eigen paard imaginair vanachter de toog van den beenhouwer hoogst verontwaardigd zag kijken, heb ik de paardenbiefstuk opgegeven. Het smaakt toch te zoet, dus een verlies is het niet. En ook het paardengerookt voor op de boterham kan niet meer. Maar Os is net zo lekker en daar moet ik mijn leven niet aan toevertrouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *