Pardon in de Gemeentestraat

Pardon, schreef ik en ik had er onmiddellijk spijt van, van de pardon en van het briefje. Wie zegt nu ook pardon in de Gemeentestraat. Niemand. En nu was het te laat om door te rijden. Ik was al lang gestopt en uitgestapt! Ik had mijn spiegel opgeraapt! In een katholieke reflex of zo. Stomme Jezus! Ik zag een man in de deuropening staan. In plaats van zijn kont te keren en terug naar binnen te gaan! Was ik een briefje aan het schrijven of was ik een briefje aan het schrijven? Maar hij blééf kijken, met een blik die op sociale cohesie stond. Ken je die semi-geëngageerde smoel? Het gezicht van de rechtvaardige maatschappij! Terwijl ik nota bene mijn telefoonnummer aan het achterlaten was.

Er zijn mensen die denken dat ze veilig zijn als ze niet op Facebook zitten, maar dat dat is onzin. Je bent nergens veilig. Als de gordijnen bewegen hebben ze je ook gezien. Denk maar niet dat ze bij Delhaize niet weten dat je aan de glijmiddelen zit. Als je moet overgeven aan het station is er weliswaar nooit iemand die vraagt of het gaat, maar ze hebben je wel allemaal gezien. Als ik bij het oud papier van de buren een kartonnen doos zie staan met een katrol en een scharnier erop, plus de letters s, e, x en s, w, i, n en g, dan weet ik ook dat Josée anders is dan hoe Josée op de bus staat te wachten. En als ik lach ziet iedereen de tanden van mijn vader zitten. Alsof de Russen de enigen zijn die op de loer liggen. In de Gemeentestraat wonen ook nieuwsgierige neuzen. De wereld is vergeven van de onbeleefderiken. Wat klein is in de Gemeentestraat is groot bij de NSA.

De man kéék. En ik voelde de Wout Bru in mezelf wakker worden. Eén krokodillenoogje was al open. Staat het u niet aan, mijnheer, wilde ik zeggen. Niks beters te doen of zo? Bruggepensioneerd zeker! En ik zou gerust in zijn kruis willen graaien, knijpen tot je die dingetjes in hun beursje voelt knappen. Maar ik zweeg en hield mijn fatsoen. Ik dacht aan mijn nummerplaat en over hoe hij die waarschijnlijk probeerde te onthouden. Mijn balpen bleef hangen in het nat van de regen. Ik krabde op de zool van mijn schoen. Godverdoms pardon. Het was een ellendig plan. Niemand zegt ooit pardon in de Gemeentestraat. Wie niet smal genoeg parkeert is zijn spiegel kwijt, tegelijk met de franchise. Trouwens, geen mens kan ooit smal genoeg parkeren in de Gemeentestraat. Je bent al heel snel overal te veel aan.

Reken maar dat ik de miserie ken, van de spiegel die als een mismaakt handje aan je carrosserie hangt. Ik heb ook al gevloekt in de kelder omdat ik de rol ducttape niet kon vinden. Ik heb ook al met mijn schoen tegen mijn achterband gestampt omdat het weer van dat was. Want nooit zaten er briefjes met pardon onder de ruitenwisser. Gelakt of niet, het kost minstens 300 euro, maal twee voor de gelegenheid, maakte samen een zeer gepeperd pardon in de Gemeentestraat. Heel even wilde ik het aardigste mens op aarde zijn. Ik had er onmiddellijk spijt van.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

4 gedachten over “Pardon in de Gemeentestraat”

  1. Glijmiddel van bij Delhaize. Vorig jaar rond deze tijd stonden we begot in de rij voor strooizout. Er zijn geen seizoenen meer.

  2. De kijkende man pronkt met een oranje fluovestje over zijn marcelleke. Tegen zijn raam plakt een sticker van frituur Oomske. Kijken is zijn leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *