Pavor nocturnus (paniek bij nacht)

Natuurlijk was het stom. En natuurlijk stond het mij niet. Ik ben al lang te oud voor onnozeliteiten op spookuren. Desalniettemin stond ik met een kop vol frisé en knopen op de gang, in een vijfsterrenhotel en in mijn ondergoed, niet bijpassend. Ik was de charme ver voorbij, maar hij zei niks. En maar goed dat hij niks zei. Het was logisch dat hij niks zei. Of slaapt u zo elegant misschien? Nooit met uw mond open? Lost u nooit een knor? Is uw wang nooit verfrommeld?

Ach wat, uw negligé komt altijd netjes tot aan uw knie. Uw boezem bobbelt tot de ochtendstond in het gareel. En uw pyjama is na zoveel jaren nog steeds niet doorgekookt zeker. Leugens zijn het. Komaan, vroeger waren er misschien nog pluisjes, maar ook die zijn inmiddels kaal gewassen. Ik geloof nooit dat uw pijpen zich nog uitstrekken tot voorbij uw kuiten. Uw pyjama is precies nog van Captain Kirk geweest, van in de tijd dat hij nog een soldaat ter derde klasse was. Kwestie hoe u zelf op de gang had gestaan, in een t-shirt van de pingpongclub wellicht.

Jazeker dat er ook nog de blootslaper is. Hij vertelt het graag, daar moet u eens op letten. Alsof het een verdienste is om bloot te slapen. Alsof het getuigt van vrijgevochtenheid. Alsof het typisch is voor AKO Literatuurprijswinnaars. Alsof ik het wil weten van hun behaarde billen vrij en blij tussen de flanellen plooien. En bent uw ‘s morgens nooit een kous of een onderbroek kwijt misschien? Gaat u dan niet in uw blote kont op zoek? Staat u dan niet te bukken bij het bed? Om tenslotte alle zwerftextiel terug te vinden daar waar de flap van het hoeslaken onder de matras verdwijnt.

Weinig mensen liggen bekoorlijk in bed. Ik ook niet. En dus stond ik ook niet bekoorlijk op de gang. Het besef kwam pas toen de deur van mijn kamer in het slot viel. Ik ben een slaapwandelaar, na al die jaren nog. Het gebeurt niet vaak, maar het gebeurt. Het duurt ook nooit lang, maar het is al rap te laat, vooral in een chique hotel. De spondeligger is het gewoon. Hij gaat er ook nooit op in als ik hem midden in de nacht wil overtuigen om mee te komen. Hij slaat mijn advies consequent in de wind, waarna ik hem openlijk klasseer als lomp en stom en iemand die nooit eens kan luisteren. Daarna val ik gewoon terug in slaap.

Pavor nocturnus heet het, paniek bij nacht. Het scénario is altijd hetzelfde. Ik zit met een ingebakken ontsnappingsdrang. Weg is het woord. Soms schreeuw ik ook heel hard, dat ik weg moet. Soit, het resultaat was dat ik in mijn ondergoed op de gang stond, buitengesloten op hotel, terwijl de spondeligger thuis lag. Kloppen ging niet helpen. Gelukkig hing er een telefoon naast de lift. Ik belde de receptie en wachtte. Uiteraard liepen er mensen in de gang. Ze deden allemaal alsof ze mij niet zagen. Tenslotte was ik precies een hoer uit de kortingsbak. Ook de receptionist gaf geen kik. Hij lachte niet, stelde geen vragen. Hij liet me terug binnen en dat was dat. U had het zelf nooit zo stijlvol kunnen aanpakken. Alsof uw discretie vijf sterren waard is misschien.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

6 gedachten over “Pavor nocturnus (paniek bij nacht)”

  1. Ik zit hier gewoon te schudden van de lach. U maakt de donkere dagen voor kerst iets beter te harden, tante.

  2. Hahaha, dat is toch wel de klassieke paniekfantasie, alleen is het nu dus echt gebeurd!

  3. Nog een geluk dat ge de dichtsbijzijnde bushalte niet gevonden hebt in die toestand.

  4. Een idee. Een pakje voor onder de boom: een pyjama voor tante Annie of beter een wandelpakje!

  5. Hetzelfde is mij een tijd geleden ook overkomen… 2 verschillen: het was in een 4-sterren hotel en ik had mijn donsdeken nog vast. Gelukkig voor mij was mijn donsdeken bljven steken tussen de deur zodat ik niet naar de receptie moest bellen! Blij dat ik niet de enige ben die van die stoten meemaakt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *