Peggy

“Je laat ze maar beter niet los”, zei haar ene vader. “Want ze gaat niet meer terug in de kooi.” Het betrof Peggy, het pas aangekochte gezelschap van Pimmetje. Aan zijn eenzaamheid werd een einde gesteld. Pimmetje hoefde zich geen vriendschap meer in te beelden. Het spiegeltje was weg. Voortaan was er Peggy, ook een parkiet.
Ik zag haar zitten op de stok, met een koppetje in het allerzachtste geel. En elegant! Met die lange staart! “Ze komt veel sierlijker aangevlogen dan Pimmetje”, zei haar andere vader. Maar aan dat heerlijke schouwspel mocht ik me dus niet wagen. Peggy moest in de kooi blijven.
Daarna vertrokken de pappies van Peggy op vakantie. Daag, pappies! ‘s Avonds liet ik Peggy los. De hele dag met je vleugels opgevouwen in een kooitje zitten, wat is dat nu voor leven?

De excursie begon gezellig. Pimmetje en Peggy gingen samen op het handvat van de oven zitten, keuvelden een eindje weg, spiegelden zich in de glans van het ovenklokje. “Die vaders kunnen nogal overdrijven”, dacht ik. “Zie die vogeltjes daar nu zitten, als een metafoor op mijn komfoor, met de tikkende tijd boven hun zorgeloze vogelkoppetjes.” Maar uiteindelijk begon de metafoor toch los te laten in de praktijk van het echte leven. Zo gaat dat altijd met metaforen.
De nacht viel in en de laatste vogelkakjes pletsen neer op de keukenvloer. Pimmetje en Peggy knepen hun oogjes toe, zo moe waren ze, te moe om terug in hun kooi te gaan zitten. Jamaar zeg! Alsof dat zomaar kon. Ik sprak de vogels toe op strenge toon. Het was onmiddellijk belachelijk.

Parkietengezag is alleen een woord. De betekenis van zijn letters bestaat niet! Een ondersoort was ik, aan zwaartekracht gekluisterd, met twee kale vleugels die daar maar wat hingen. Pimmetje liet zich als een koning naar bed begeleiden, op de steel van een houten lepel. Maar Peggy was niet binnen te krijgen. Ze vloog zo hoog als ze kon en ze vloog tegen het venster. Ik kon alleen maar hopen dat haar koppetje hard genoeg was en googelde in paniek: Parkiet wil niet meer in kooi! Het vogelforum antwoordde: Let op waar je gaat zitten! Blijkbaar is de krak onder de mensenreet doodsoorzaak nummer één bij parkieten.
Wat volgde waren evenwichtsoefeningen op twee keukenstoelen. Ik zwaaide met de spinnenborstel en sleurde een trapladdertje aan. “Peggy, kind! Pas toch op waar je vliegt!” Zo klonk dat. Terwijl die hele Peggy waarschijnlijk geeneens wist dat ze Peggy heette. Waarom moest dat beest eigenlijk ook Peggy heten. Het maakte het alleen maar erger.

Uiteindelijk ving ik haar onder een vaatdoek. Ik omsloot haar vogellijfje voorzichtig in mijn hand. Het was een zeer teder gebaar. Maar Peggy schreeuwde. Peggy beet ook. En daarna vloog ze opnieuw weg. Terwijl ik haar staart nog vast had, die lange, elegante staart. Ik stond daar in het halfduister, met de staart van Peggy! “Hij hing al los”, heb ik naar de pappies gesms’t. “Hij hing al los!” Hij was een optie, daarom hing hij zo los. Want zonder staart vloog Peggy even hoog, zat ze me me even hoog. Stomme Peggy. Waarom moest ik haar ook los laten. Ze zat vanzelf al los.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *