Probleem Navelbuik

Dit is een parabel voor iedereen die zijn werk doet zonder daar een beloning voor te krijgen. (Geen citytrip, geen iPod, geen Fnacbon, zelfs geen badlaken met de letters van de firma.) En daarom in het geniep wordt beschouwd als een weinig creatieve ondersoort. Door iedereen die wel een beloning krijgt voor het werk dat hij doet.

Er was eens een piepklein rondreizend gezelschap, zo klein dat bijna niemand de karavaan in de stad zag binnenrijden. Desalniettemin reed de directeur vooraan. Aan zijn eikenhouten woonwagen hing het karretje met de bloemetjeszakdoek. Slap en opgevouwen zag het er wat treurig uit, maar opgeblazen en strakgetrokken was de circustent een juweel. Na de directeur en zijn decor volgden de acrobaten. Ze sliepen per drie op een servet in een sigarendoos.

De karavaan van Circus Zakdoek reed voorzichtig door de middenberm van de weg. Het vrolijke gezelschap zochten een plaats om het kampement op te slaan. Zodra de tent rechtstond gingen de acrobaten de straat op om affiches te plakken. Want een circus zonder publiek is als een zakdoek zonder snotbellen. Hahaha. Ze grapten en ze grolden. De acrobaten droegen allemaal hetzelfde blauwgestreepte maillot. Hun groene kousen hadden ze opgetrokken tot onder de knie. En op de punt van hun turnsloffen danste een rode pompon.

Na het middageten moesten de acrobaten oefenen. De directeur van Circus Zakdoek spande een net van dromen over de grond en liet hun geloven dat ze voor altijd veilig waren. ‘s Avonds zwiepten de turners heen en weer door de nok van de zakdoek. De snotbellen in de tribune applaudisseerden.  Althans na het eerste kunstje. Het tweede en het circusnummer verschilden immers amper van het eerste. Eén applaus vonden de neuskorstjes in de zaal daarom ruimschoots voldoende. De acrobaten lieten het niet aan hun hart komen. Zij dachten enkel aan de smaak van directeur en aten koekjes uit zijn hand, de lekkerste koekjes van het land.

Eigenlijk had Circus Zakdoek maar één groot probleem: probleem Navelbuik. De directeur zag het aankomen, maar hij deed niets. Achter het gordijn van zijn woonwagen tikte hij tegen de gekleurde kralen van zijn telraam en uit de schoorsteenpijp warrelde de walm van versgebakken koekjes. De acrobaten lagen te knorren in hun sigarendozen. De kartonnen deksels deinden op en neer op het ritme van hun adem, zo dik waren hun navelbuiken geworden. De snotbellen in de stad bougeerden niet meer. Volgevreten kunstenmakers, sneerden ze, wie wil daar nu voor betalen. Teleurgesteld hobbelden de acrobaten naar het kampement terug. Onder hun arm hielden ze de rol met affiches.

Pas toen het na het middageten tijd was voor de grote oefening, ging het goed mis. De koekjes hielpen niet en de bloemen op de zakdoek evenmin. De acrobaten grepen met verdrietige ogen naast de trapeze en vielen in een lange sliert in het dromennet van de directeur, dat prompt van oost naar west in tweeën scheurde. Nadien heeft nooit nog iemand iets van het piepkleine, rondreizende gezelschap vernomen. En ook voor een zakdoek in de middenberm heeft zelden iemand oog.

3 gedachten over “Probleem Navelbuik”

  1. bij het lezen van uw inleidng dacht ik dat ge het over de thuismama’s had…
    het verdere verhaal is heel boeiend, maar te vroeg op de morgen om er al diep over na te denken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *