Rita C. onder de rabarber

Rita C. is een kip van de wereld. Voor zij naar deze achtertuin verhuisde, schuimde zij tentoonstellingen af met ene Jos. Jos waste haar dan met Zwitsal zonder zeep. En hij blonk haar oorbellen op. Rita C. was bekend in het milieu, zij nam alle bekers mee naar huis, zei Jos. Hij verkocht haar niet graag, maar ja. Rita C. had intussen een hele mooie dochter gelegd. Bovendien had ik gezelschap nodig voor Bomma, die na de dood van Ria Valk dagenlang had zitten treuren in de regen. Kortom, ik betaalde Jos en de kleine, gespikkelde diva moest in de doos. Samen namen wij de trein naar huis. In het donker zette ik haar bij Bomma op de stok. ‘s Anderdaags was het oorlog in Kot Kodei.

Van Bomma viel nochtans niets te vrezen. Zij was de onnozele sloof van Ria Valk. Bomma moest haar mond houden. Ria deed de tokking. Als er door het gras werd gemarcheerd, liep Ria Valk voorop, hobbelde Bomma er met haar steunkousen achteraan. En wie slokte de dikste wormen naar binnen? Juist ja. Soms waren ze zo lang dat ik vreesde dat ze meteen achterwaarts terug naar buiten zouden kringelen. Aan Bomma was het allemaal niet besteed. Zij hield zich liever ledig met de pissebedden op de schutting.

Maar toen Ria Valk doodging, werd opgegeten door de mormelhond van hiernaast, veranderde alles. Bomma werd baas, kreeg het hoog in de bol, riep zichzelf uit tot generaal van de pelouse. Zodoende mag Rita C. niet op de stok zitten, mag zij bij uitbreiding helemaal niet in de slaapkamer komen. Verder mag zij niet verpozen onder de trap en moet zij, mondain verleden of niet, tokvertomme van de mesthoop blijven. Ook eten en drinken is verboden. Op straffe van nijdige pikken op de kop. Had het kieken zelf maar een boterhammendoos moeten meenemen.

Bomma is niet bang dat er niet genoeg is. Bomma is bang dat Rita ook iets krijgt. Het gaat bovendien niet om de regels. Het punt is dat de regels van Bomma zijn. Aldus zit Rita C., tentoonstellingskip op haar retour, met de oorbellen scheef, de hele dag te schuilen onder de bladeren van de rabarber. Bij valavond moet zij wachten tot Bomma gaat knorren om een paar graantjes kunnen eten. Daarna sluipt zij op kousenvoeten naar boven voor een morzel kippenslaap. Het zijn geen mooie taferelen in de achtertuin. Zeker niet op regendagen. Dan gaat Bomma immers gelijk een kwaaie hond voor de ingang van Kot Kodei liggen. Terwijl Rita C. nat wordt in de modder onder de rabarberplant. Afgunst is een lelijk verschijnsel. Ook op de werkvloer.

Want deze anekdote is natuurlijk niet vrijblijvend. Deze anekdote is een exempel van simpele hiërarchie zoals men die op menig kantoor kan aantreffen. Welke beslissing er wordt genomen is van geen tel. Het gaat erom wie de beslissing neemt. In het geval van de achtertuin: Bomma. Bomma is de baas en vaak is de baas ook een kwestie van Bomma. Vooral als de baas in een vorig leven in de pas heeft moeten lopen van Ria Valk. Geen gevaarlijker generaal dan de generaal van de achtertuin. En zo komt het dat men met een blik op de wereld soms beter onder de bladeren van de rabarber blijft zitten.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

Een gedachte over “Rita C. onder de rabarber”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *