Rogeetje

(een beetje gelijk ‘Margootje’ van Wim Sonneveld)
Ik zat aan het ontbijt een boterham te doppen. Toen zag ik ineens een autootje stoppen. Het was een sleetje, zo groot en nog groter, parkeerde naast de thermosfles, vlakbij de boter. En ja hoor, daar ging het deurtje reeds open. Er kwam een mannetje naar buiten gekropen, van visie voorzien en grijs op de flanken, slecht voor mijn metrum, maar vriend van de banken. Hij zei: Ik ben Rogeetje met het bmw’tje en ik heb een een C4’tje voor jou bij de hand. Lees maar in de krant, het loopt scheef met het land. Chinese ijver is slecht voor mijn cijfers.

Ik vond dat Rogeetje niet zo moest storen. Zijn gammele rijmen konden mij niet bekoren. IJver en cijfers kunnen niet klinken. Ik kreeg ineens zin om Roger te verdrinken. Ik zei: Rogeetje, ik wil het niet weten. Laat mij met rust zolang ik niet heb ontbeten. Rogeetje had naar gewoonte geen oren, naar wat ik wenste en niet wilde horen.
Het leek dat Rogeetje graag wilde voelen want hij ging door met het stellen van doelen. Hij sprak van akkoorden en dure hypotheken, twintig ontslagen en nog geldgebreken. Ik zei tegen Rogeetje dat als hij niet wilde stoppen, met zeuren over leuren en economieën in sloppen, dat ik hem in hete koffie zou soppen.

Rogeetje trok daarop grote ogen. Het gevaar dat hij liep had hij niet overwogen. De boekhouder had hem slecht ingelicht over wat kan gebeuren in een gedicht. Rogeetje besloot dat het tijd was om te vluchten, hij stoof weg over de kaas, dook in de muesli met vruchten. Hij ging in de aanval met drie rozijnen en bedreigde mij met onbenullige pijnen. Ik zei tegen Rogeetje dat hij een aansteller was en ik plukte hem uit de melk aan de kraag van zijn jas. Rogeetje schopte en schreeuwde zich hees, zijn jasje scheurde en hij viel in het vlees.

En toen moest voor Rogeetje het ergste nog komen, tenslotte had hij mijn blijdschap ontnomen. Ik drukte met mijn vinger een deuk in zijn sleetje en spiedde met boze blik opnieuw naar Rogeetje. Hij probeerde zich achter een pistolet te verstoppen, die mepte ik aan kruimelen om Rogeetje te foppen.
Ik gebood Rogeetje met het BMW’tje om te doen wat ik zei en wel vlug een beetje. Hij snapte dat het weldra zou zijn afgelopen en knoopte gedwee zijn overhemd open. Zijn pantalon zakte op zijn schoeisel van Boss, bloot zou ik hem straffen voor zijn arbeidsethos.

Rogeetje stond bij de paté met zijn piemel, hij had niets meer om het lijf behalve gefriemel. Ik nam een beschuitje en smeerde wat stroop toen ik merkte dat Rogeetje in zijn blootje wegsloop. Ik greep het mannetje bij zijn nekvel en zei: Rogeetje, wat denk jij nu wel. Van ontsnappen is geen sprake je zit voorgoed in de knel.
Ik stel voor dat je even op de salami gaat rusten tot we klaar zijn voor mijn meest drieste lusten. Rogeetje legde zich neer bij de feiten. Ik rolde hem op en ging voort met ontbijten. Hij was enige die me zoiets ooit flikte, zo zwoer ik terwijl ik Rogeetje doorslikte.

(eerder verschenen in Vacature)

3 gedachten over “Rogeetje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *