Roger en ik

Waar wilt ge eerst naartoe, vraagt hij en hij knibbelt aan mijn oorlel. Kijk op de lijst, zeg ik. Ik heb nu geen tijd. Ik moet op de weg letten.
Ik houd het stuur van de Vespa vast en geef gas. Onder het zadel zit een netje pindanoten. Op mijn schouder zit Roger. Roger is 57 jaar en niet aan zijn proefstuk toe. Hij is geboren in de jungle van Mexico, heeft een spanwijdte van een halve meter en zijn blauwe staart blinkt in zon. Alleen met de stoelgang van Roger gaat het niet zo goed, maar dat hebben we samen tot een voordeel omgebogen.

Title:

Waar wilt ge eerst naartoe, vraagt hij en hij knibbelt aan mijn oorlel. Kijk op de lijst, zeg ik. Ik heb nu geen tijd. Ik moet op de weg letten.
Ik houd het stuur van de Vespa vast en geef gas. Onder het zadel zit een netje pindanoten. Op mijn schouder zit Roger. Roger is 57 jaar en niet aan zijn proefstuk toe. Hij is geboren in de jungle van Mexico, heeft een spanwijdte van een halve meter en zijn blauwe staart blinkt in zon. Alleen met de stoelgang van Roger gaat het niet zo goed, maar dat hebben we samen tot een voordeel omgebogen.


Roger en ik zijn op vergeldingsronde. In mijn jasje zit de lijst. We beginnen bij het begin: Juffrouw Lisette, het mens dat mijn muzikale carrière in de knop heeft doodgedrukt. Zij speelde piano en ik moest van U zij de glorie zingen, voor punten. Het werd geen succes. Ik haalde de noten niet en naar de punten kon ik fluiten.
Terwijl ik naar het huis van juffrouw Lisette zoek, gooit Roger vier pinda’s naar binnen. Ten aanval, zeg ik en Roger spreidt zijn vleugels. Boven in de lucht, spant hij zijn cloaca, laat een lik groensel vallen, goedgemikt op de pastelzijden épaulette van juffrouw Lisette.

 

 

Als ze gilt, zijn Roger en ik al onderweg naar de volgende op de lijst: mevrouw Velours, het mens dat ervoor heeft gezorgd dat ik geen Grieks heb gestudeerd. Alleen als ze heel hard haar best doet, orakelde ze op een oudercontact, dan kan ze het halen, heel misschien. Voor de veiligheid werd het alvast niks. Géén Grieks.
Mevrouw Velours wandelt met een hoorntje pistache door de stad. Roger, ge weet wat ervan is, zeg ik. En Roger klapwiekt richting de zon. Zijn groensel valt pardoes op de rechtermouw van mevrouw Velours. Met geluk verwart mevrouw Velours het één met het ander en likt ze de vlek van haar truitje.

 

Als ze haar keel schraapt en spuugt, zijn Roger en ik al onderweg naar de volgende op de lijst: mijnheer Vanhummel, het suject dat mijn huidige loopbaan bij voorbaat in twijfel trok door mijn verhandelingen schamel naar waarde te schatten.
Mijnheer Vanhummel loopt vandaag met zijn boekentas over de speelplaats. Roger, zeg ik, ge moet u haasten, voor hij in de leraarskamer binnen is om Egedius, waer bestu bleven in klassenvoud te kopiëren. Roger verslikt zich in de laatste pindanoot. Ik hoor hem hoesten boven de wolken. Tegelijk spant zijn darmuiteinde, trekt de planeet een fraaie klieder naar zich toe, precies op de stoeptegel waar mijnheer Vanhummel zijn linkervoet zet. Het venijn van Roger kruipt in de gaatjes van zijn Engelse kwaliteitsschoen.

 

Als hij zich vloekend bukt om te krabben, snorren Roger en ik reeds naar de volgende knutselbom op mijn loopbaan: de porte-parole van wijlen een minister die me per telefoon uitschold voor etc.
Uiteraard dat nu de wekker afloopt, precies zoals in de beste schoolopstellen.
Het is tijd om op te staan. Er moeten nieuwe draken overmeesterd. Vers ongeloof moet worden bezworen. Ik hobbel ongewassen door de keuken naar het balkon, alwaar een streep rood, een streep blauw en een toef groen me voor de ogen vegen. Oef, zegt Roger en het lef drupt van de balustrade.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *