Route 4711

Als je vroeger bij de zusters binnenging, rook het daar raar. Naar soep. Naar Jezus. Of naar Christelijke inzet. Ik heb het nooit geweten. Maar ik zou geld geven om het nog eens te ruiken. Om even terug 9 jaar te zijn. Met een blauwe bibliotheekkaart vol stempels. Met een jas van Billie en Bollie. Met een oma die een banaan op een bordje legde en daar witte suiker overheen strooide. En met nooit van mijn leven een échte uilenbal in het bos, zoals op de foto in mijn Natuurgids-voor-de-jeugd.

En Fa Blauw, verkopen ze nog Fa Blauw? In spuitbussen met gevaarlijk gas voor de ozonlaag? Ik zou nog eens willen ruiken hoe Fa Blauw ruikt. Want er zat Fa Blauw in mijn koffer toen ik met de ziekenkas naar Zwitserland ging. 14 jaar was ik en bang om te stinken. Geef mij Fa Blauw en lig terug in mijn stapelbed met een stuk Toblerone. Ik sta bergschoenen te passen voor de tweedaagse trektocht en ik ben opnieuw verontwaardigd over die ene klasgenoot die in tien dagen drie keer van vriendje wisselde.

En mijn kot? Hoe rook het in mijn kot? Naar de nieuwe luchtmatras onder mijn bed. Want mijn lief bleef heel dikwijls slapen. En naar groenten in de gang. Want ik sliep boven een groentewinkel. Naar wijn ook, want er was altijd wijn: Liebfraumilch, 49 frank voor een fles uit de Aldi. Later had ik een gaskachel, die pas na vier tikken aansloeg. Die rook ook. Ik weet niet waarnaar. Naar gas misschien. Eigenlijk had ik net zo goed al dood kunnen zijn. Maar soit, vroeger rook het allemaal heerlijk. Omdat ik toen niet moest werken. Omdat ik toen niet moest vechten. Omdat ik toen nog geloofde dat ik alles kon worden.

Maar met mijn neus erbij ben ik overal veilig. Ook op het werk. In de zak van mijn jas zit namelijk een nat doekje met 4711 Eau de Cologne. Als ik het zakje openscheur, reis ik door de lucht naar betere oorden, dan zit ik op het toilet bij oma, heb ik het gordijn van haar toiletkast opzij geschoven en ruik ik stiekem aan haar flesje 4711, terwijl zij in de living naar Cijfers & Letters op vtm zit te kijken. Ik hoef mijn neus maar op te trekken en het is terug 1989, met Bistro Diners voor het hele gezin en de eerste pitatent in de stad. Mijn moeder was fan à la minute.

Diezelfde moeder heeft vorige week mijn route 4711 gebarricadeerd. Het vertrouwen in mijn neus is weg. De zucht naar nostalgie is kwatsch. Dat komt zo. Vorige week was mijn moeder op bezoek en gingen wij samen pannenkoeken eten. We namen plaats aan een glazen tafeltje in een taverne en schoven het serviesgoed van de vorige klant opzij. Een vrouw met een wit schortje ruimde af. Voor zij vroeg wat wij wilden hebben, veegde ze de tafel af met een spons. Iedereen kent die spons. Ze stonk, die spons. Wij leunden achterover en snoven met een blik van verstandhouding. Daarop sprak mijn gepensioneerde moeder: Die spons doet mij aan een collega denken: Josiane. Zij rook precies zoals die spons.
Pats. Tot zover de neus, de herinnering en mijn geloof erin.

(eerder verschenen in Vacature Magazine met een foto van Annelie Vandendael)

Een gedachte over “Route 4711”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *