Status in de Carestel

Houd u allemaal vast aan de takken van de bomen. Hier komt een stukje akelig jargon, inherent aan de consolidatie van status. Status is namelijk contextafhankelijke materie. En specifieker, status ontbréékt het grotendeels aan materie. Blijft over: Dolor Vacui. Status overleeft bij louter gratie van de configuratie. Intrinsiek heeft het geen waarde. Status is verplicht geïmplementeerd in een tweede en een derde partij. Zonder inbedding van ondergeschikten en toeschouwers heeft het fenomeen geen bestaansgrond. Kader heet het ook, krullen en frullen rond een niet nader genoemd tableau. Gelukkig kan het ook minder hoogdravend.

Status is een pistolet met een harde korst en verder niets. Status is een teek die op een grashalm zit te wachten tot er bloot vlees voorbij komt. Status is een nul met een vel van zeepsop. Status zijn twee villa’s met beestjes van buxussen. Het huis met de gesnoeide olifant heeft de hoogste status. Status is de auto op de oprit van de buren. Status is geen Maserati Quattroporte in de bosjes.Voor status heb je anderen nodig. Status is niets als niemand je ziet. Je moet er minstens twee partijen voor hebben, liefst eentje die slimmer is en eentje die eerlijker is. Salaris? De ene krijgt meer. Leasecontract? Bij mij staat een Audi A5 niet op de lijst. Kantoormeubilair? Ik zit op een Eames en jij niet. Jargon? De ene snapt het, de andere niet. Met status is het altijd wat. Behalve in de Carestel.

De Carestel en de Lunch Garden is een plek waar ik geregeld heenga, voor de wifi, de combo tea-time, het troosteloze uitzicht op de parking en het gebrek aan status. Zelfbedieningsrestaurants zijn precies kooien van Faraday. Status komt er niet in. Wassalons hebben het ook. Beeld u anders eens een carrièremaker in die onderweg van wasmachine naar droogkast een sok verliest in het gangpad. Beeld u dezelfde carrièremaker eens in terwijl hij twee wasmanden in de koffer van zijn Maserati Quattroporte laadt. In een wassalon verbleken de égards tegelijk met de onderbroeken.

Daarom verpoos ik graag in zulke oorden. Omdat er licht hangt dat geen compassie heeft. Het schijnt op alle rang en stand hetzelfde. Geen aanzien blijft overeind in de décors van Carestel. In een zelfbedieningsrestaurant glanzen alle dingen gelijk: niet.

Daarom ga ik ook niet alle dagen naar de Carestel. Tenslotte ben ik geen communist. Bovendien heb ik lang genoeg op een uniformschool gezeten om te weten dat gelijkheid geen donder helpt. Maar af en toe een beetje doet toch deugd. Zeker in de Carestel. Of in de Lunch Garden. Waar belangrijke personages ‘s middags nog gauw over hun Excel-sheets gaan, hun speech nog één keer lezen, hun secretaresse de agenda voor morgen laten blokkeren. Terwijl links een meisje zit met oorwarmers van Hello Kitty, rechts twee gepensioneerde vriendinnen met een koperen plix. En dan moet de plastieken stolp met de zeesteak, de puree en de tartaar nog komen, de genadeslag voor alle status. Want hoge bomen groeien niet tot in de Carestel.

(eerder verschenen in Vacature Magazine, met een tekening van Klaas Verplancke)

3 gedachten over “Status in de Carestel”

  1. De Franse filosoof René Girard stelde al in de jaren ’60 dat we nooit autonoom in ons verlangen naar een bepaald object of naar status. Hij noemde dit: Mimetisch verlangen… “our desire for a certain object is always provoked by the desire of another person — the model — for this same object. This means that the relationship between the subject and the object is not direct: there is always a triangular relationship of subject, model, and object.”

  2. wil tante Annie bedanken voor deze zin: “Bovendien heb ik lang genoeg op een uniformschool gezeten om te weten dat gelijkheid geen donder helpt.”
    en ik heb geeneens op een uniformschool gezeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *