Stilleven met mandarijn

Op tafel lag het vel van een mandarijn, voor de uitdaging in één keer gepeld. Het was een stilleven van klokhuis, drie blikjes Nalu, een fles Evian, twee oordoppen en vier studenten. Ze zaten zonder iets te zeggen in de bibliotheek, met hun papieren en hun fluostiften. Eén meisje had rode wangen en een boek vol gekleurde lipjes. Een ander meisje had een Panasonic op haar oren. Het derde meisje krabde in haar decolleté. En de jongen ritselde een zakje Dinosauruskoeken open terwijl hij naar het scherm van zijn MacBook keek. Zo stonden er acht stillevens bij het raam in de bibliotheek. De gepensioneerden lazen hun krant in de zeteltjes. Er was geen stoel meer vrij.

Zoiets zag je vroeger nooit. Ik sloot mezelf anderhalve maand op tijdens de examens, liet me enkel gelijk een jonge puist uit mijn kot knijpen. Bijvoorbeeld als het in de zomer te heet werd voor de concentratie. Dan toog ik naar de archiefkelder van de centrale bibliotheek. Weliswaar was ik daar bang van de man met de blauwe stofjas, maar verder was het er koel en aangenaam. Ik blokte in het licht van een tl-buis onder het motto: Redden wat er nog te redden valt. Het motto is het enige wat gebleven is. Want dezer dagen zit de bibliotheek vol op alle verdiepingen. Het is de generatie van de toekomst. Hun kamer is leeg. Ze studeren samen. En ondertussen zit iedereen maar te geloven in thuiswerk.

Ammehoela thuiswerk. Het zal er niet van komen nu niet, in 2016 niet en waarschijnlijk nooit niet. De wifi, de rimram en de 50 Mbps ten spijt. Al knielen wij nog honderd keer voor de grote droom om nooit meer te moeten gáán werken. Offers, kaarsjes, puja, weesgegroeten en jubelzang zullen niet helpen. Thuiswerk is een spooksel voor altijd. Ten bewijzen het aanstormende talent in de bibliotheek. De jeugd van tegenwoordig zweert liever samen met mandarijnschillen en gedeukte doosjes Cécémel. Ik heb in de gang op de eerste verdieping zelfs een duo zien zitten met een zak brood. Vroeg de ene aan de andere of die misschien een schaar bij zich had om een pakje Beemster open te knippen. Terwijl ze waarschijnlijk een kot hebben met alles erop en eraan, douche, keukenhoek en brooddoos. Niemand maakt mij wijs dat dit volk later thuis zal werken.

Overigens hoef ik daarvoor niet in de bibliotheek te gaan kijken. Ook los van de scènerieën tussen SISO-nummer 420 (occulte wetenschappen) en SISO-nummer 620 (huishoudkunde) blijf ik bij mijn stelling: met thuiswerk wordt het niks. Kan best zijn dat thuiswerk goed is voor de natuur en nog beter voor de efficiëntie, maar dat interesseert de meerderheid van de mensen geen ene lor. Hoe zouden wij anders aan 20.000 kilometer file per maand geraken, in een zakdoekland van 300 kilometer breed. Thuiswerk, zeg ik u, is een kwestie van eigen comfort. En inbeelding. Want thuiswerk is eenzaam. Thuis is er niets wat de tijd verdrijft. Geen collega’s, geen koffiemachine, geen suggestieschotel, geen goeiemorgen, alleen maar werk en tijd. Ik kan het weten, want ik werk thuis. Altijd. En al drie weken lang ligt hier het vel van twee mandarijnen. Niemand die het ziet.

(verschenen in Vacature Magazine, opnieuw met een tekening van Klaas Verplancke)

11 gedachten over “Stilleven met mandarijn”

  1. Kleine opmerking. Ze studeren wel niet op school hé. die studenten waarover je het hebt.
    Ze zullen in de toekomst dan misschien nog niet thuiswerken. maar ook niet enkel exclusief ‘op het werk’
    eerder zo’n beetje van waar het het beste gaat. denk ik.

  2. Beetje zwart-wit. Thuiswerk is voor mij ook geen oplossing als je het in een full-time context bekijkt. Waar ik thuiswerk wél zie scoren en waar het voor mij enorm werkt, is voor die eene dag in de week dat je je even wil afzonderen en vol concentratie iets wil afwerken.
    We redden de planeet ook niet door met zijn allen plotseling thuis te werken, dat deed een vriend me afgelopen weekend nog inzien. Als iedereen thuis zit gaat iedereen zijn huis warm stoken, electriciteit verbruiken, etc. Weegt denk ik idd niet op.
    De oplossing zit zoals steeds in het midden, I guess. En eigenlijk… ik zie die jeugd wél soms even alleen willen zijn. Want hebben we dat allemaal niet soms even nodig? I dunno. Ik wel iig.

    Maar je hebt gelijk dat het verre van de heilige graal is ;)

  3. Ik kende iemand (een Nederlandse) die in belgië gestudeerd had, en volgens die gingen alle studenten daar in het weekend naar huis, itt in Nederland. Om te studeren, want door de week gebeurde dat niet.

  4. Als initiatiefnemer van ASPACE, een coworking space in Antwerpen, kan ik enkel maar bevestigen wat Kevin zegt. De waarheid lijkt mij ook eerder in het midden te liggen.

    Een aantal van onze leden werken gedeeltelijk van thuis (soms gewoon praktisch om de complete boekhouding vlak naast zich te hebben en tegelijkertijd de kinderen in het oog te kunnen houden). Daarnaast zoeken ze sociaal contact om op allerlei niveau’s (professioneel, menselijk) de nodige stimulansen/groei te blijven behouden. Dit doen ze dan bijvoorbeeld bij ons, ASPACE.

    De plek waar ze samen zitten is op zich minder belangrijk, als het maar voldoet aan de ‘werk-eisen’ (eg internet, tafel, stoel, aangename omgeving, koffie) en de sociale eisen (gelijkgestemden, interessante mensen, etc).

    In elk geval denk ik dat het thuiswerken voor vele mensen eerder een klein onderdeel zal vormen van het volledige ‘werk-omgeving-spectrum’.

  5. Ik werk al vijf jaar elke week minstens één dag thuis, en ‘k heb toch geen klagen. Het is compleet anders dan in een landschapskantoor, met voor- en nadelen. Op de thuiswerkdag(en) doe ik zoveel mogelijk de dingen waar ik ongestoord mee bezig moet kunnen zijn, en zet ik de muziek wat luider ;-)
    Ik vind het nogal kort door de bocht om in de bibliotheek rondhangende studenten als bewijs te zien voor het failliet van thuiswerken of zo. Het zou best kunnen dat 1% van de studenten in de bib zit, en de rest stilletjes op kot.
    Ik wil maar zeggen: vijf op vijf thuiswerken in alle eenzaamheid is inderdaad niet leuk. Maar één a twee dagen per week zou al veel fileleed besparen. ‘t Zijn de werkgevers die niet meewillen, van de andere kant is er vraag genoeg. Blijkt keer op keer uit enquêtes en onderzoeken.

  6. Die Nalu brigade passeert hier nu al twee weken op de stoel naast mij; ik zou ze niet beter kunnen beschrijven.

    (wat dat thuiswerk betreft: ik vraag met toch ook af of er zoveel mensen bestaan wiens werk zo tastbaar is dat ze het thuis kunnen doen)

  7. Ben gisteren nog eens naar de bib getrokken. Gaan onderduiken wegens poetsvrouw in huis. En ik moest me concentreren op solliciteren. Wat thuis een hoop inspanning kost om me ‘eraan’ te zetten, was in een half uurtje geflikt. En daarna nog een uur snuffelen in boeken en tijdschriften. Ik ben een grote fan van de bib!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *