Stoofvlees

Ze bestelde stoofvlees met friet, nam een puddinkje uit de frigo en tapte een cola light. Ik (en iedereen) zag hoe ze haar dienblad tot bij de kassa schoof. Ze pelde een briefje van tien euro uit haar portemonnee, pakte bestek en ging alleen aan een tafeltje zitten. Ze had lange benen en mooie billen, krap behuisd in een korte jurk, of een lange trui. De mode van nu maakt geen onderscheid meer tussen een legging en een kousenbroek waardoor niemand nog weet wat een kort kleed is of een lange bloes. Afhankelijk van de poep kan het trouwens niemand wat schelen. Haar poep was goed. Die hoefde niet per se in een broek. Met ongehoorzame billen, vlees dat zijn grenzen niet kent, moet je het niet proberen. Dan krijg je misprijzen. Dan wordt het vulgair. Bij haar niet. Haar billen waren het bekijken waard. Moet ik helaas toegeven.

Haar decolleté was jong en vol. Haar tepels waren harde knopjes in zwart mohair. Onder de rand van haar v-hals kwam een stukje kant van haar onderlijf piepen. Ik was heus de enige niet die het zag. Iederéén had het gezien. Of je nu al aan de soep zat, achter het loof van een oude yucca, of nog verlepte slaatjes stond te monsteren aan de zelfbediening. Onze cafetaria is te stomvervelend om niet onmiddellijk afgeleid te zijn. Op gewone dagen hebben wij alleen maar het -nu ja- plezier van Guido die ongeneerd twee blikken Stella bij zijn broodje hesp drinkt. Vandaag hadden wij haar! Wie haar wilde krijgen vroeg zich af of ze wel te krijgen was. En wie haar niet wilde krijgen vroeg zich af hoelang het geleden was dat iemand hén nog had willen hebben. Sommigen roezemoesden geil. Anderen slisten venijnig. Voor de rest wilde iedereen hetzelfde weten: Wie was zij!

Zij at haar stoofvlees op. Ze propte frieten in haar mond, slikte alles door met cola en besloot met pudding. Ze schaamde zich niet. Zoals geen enkele stagiair tegenwoordig nog schaamt. Het schijnt eigen te zijn aan de millenniumgeneratie. Die heeft alles, behalve goed fatsoen.
De ene helft van de cafetaria liet zich prikkelen door haar gulzigheid. De andere helft kreeg het ouderwets op de zenuwen, vooral toen zij ook nog naliet om haar dienblad op te ruimen. Ze veegde haar mond af met een papieren servet, liet de boel de boel en wandelde naar de lift. Met haar boezem en haar kont.

Diezelfde middag kwam ik haar opnieuw tegen, op de derde verdieping, in de gang van de directie. Ze stond op haar duizendste gemak te Facebooken. Ik zag het blauwe tijdverlies blinken op het scherm van haar telefoon. De koffieautomaat rochelde wit schuim in een bekertje met chocolademelk. “Hallo”, zei ik. “Mag ik u wat vragen? Wie zijt gij eigenlijk?” Ze antwoordde dat ze Isabelle heette, precies of het volstond. Maar het volstond niet. “Op welke afdeling loopt gij stage?”, ging ik door. Daar keek zij wel van op.
“Ik ben geen stagiair”, zei ze. “Ik ben de vrouw van Olivier.” Ze nam haar bekertje met choco uit de koffiemachine, beende vooruit door de gang en ging zonder te kloppen binnen bij Olivier G., onze managing director. Daarna kon ik maar aan één ding meer denken: “Stoofvlees. Of hoe een mens makkelijk stoofvlees kan maken van zijn eigen carrière.”

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

3 gedachten over “Stoofvlees”

  1. Och, erg lang kan dat toch niet goed gaan met die kont en die boezem, gezien die frieten, cola en pudding. Dat is dan weer een troost.

  2. Het Blauwe Tijdverlies. Dat ik daar niet zelf opgekomen ben. Een uitdrukking voor de eeuwigheid. Mijn bijdrage aan de plaatselijke taal beperkt zich tot het lanceren van de nickname ‘De Lange Leegte’ voor een (inmiddels ex-)collega die alleen maar zwamde over hoe goed hij was en dat hij onlangs nog tegen Richard Branson gezegd had dat hij moest stoppen met hem te stalken. “Neen, Dick, ik kom niet voor u werken. Ik heb momenteel echt wel wat beters te doen.” Nu hij ex is van mijn bedrijf heeft hij veel meer tijd, maar Richard wil hem niet meer, denk ik. Enfin, hij staat toch niet in het organigram van Virgin. Brengt nu wellicht veel tijd door op dat Blauwe Tijdverlies. Prachtige uitdrukking, toch. .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *