Stuk

Hier staat deze week geen stuk. Ik ben ziek, de ziekste van de hele wachtkamer. Die met die muts, scheefgezakt naast de kapstok, dat ben ik. De rest zit zich maar wat aan te stellen. Hoe moet je anders de puf verklaren die ze nog hebben om door oude Knacken te bladeren. Trouwens, oude Knacken zijn bacteriehaarden. Jan en alleman heeft aan de pagina’s zitten likken. Als ik goed kijk zie ik de bacteriën overigens in polonaise door de wachtkamer slingeren en op de klink van de deur naar de wc zitten drie microben zich te bescheuren. Weet ik veel.

Ik heb 39.8 graden koorts en een bonzende kop. Ik blaf gelijk een oude kennelhond. Ik heb de wateroogjes van een testhamster. Mijn luchtpijp raspt zonder medelijden. De ene fluim die ik krijg opgehoest, glijdt wormachtig in mijn hand. Ik bekijk hem even en gooi hem flux terug naar binnen. Dat de ingebeelde zieken denken wat ze willen. Ik heb een afspraak om halfelf. Dan verlost de dokter mij van alle leed. Voor slechts 21,50 euro.

Kunt ge mij geen spuit zetten, heb ik aan de dokter gevraagd. Ik heb geen tijd voor ziektes. Ik moet nog vier artikels typen. Ze kon geen spuit zetten. Ik moest mijn bed in. Rust, vitamine C en Dafalgan, meer is er niet aan, zei ze. En volgende keer moet ik me laten inenten tegen de griep. Voor de winter, tegelijk met alle 60-plussers. En intussen de eindredacteuren maar roepen waar alle stukken blijven. Ja maar, ik moet morgen naar Disneyland. Er gaat een nieuwe attractie open. The Towers of Terror en daar moet ik gaan in zitten, voor een reportage. Ook nog. De dokter zei van niet. En dus werd het niets: de gordijnen toe, drie marathons Vitaya, de thermometer kwijt onder de dekens, en alle stukken te laat. Voor de gelegenheid zijn alle smoezen écht. Mijn lijf laat mij in de steek. Ik kan niet meer. En doktersbriefjes lossen niks op.

Ik moet een stagiair hebben, iemand die in het hok onder de trap slaapt, iemand die in het zwarte gat springt als ik zelf te ellendig ben om iets te doen. De stagiair moet goed Nederlands kunnen. Hij moet kunnen typen en goed kunnen luisteren. Met name naar wat ik zeg. Dat de stagiair mijn geschrift kan lezen strekt tot voordeel.
Hij moet ook talent hebben, maar zonder het zelf te weten. Gesjeesde ego’s maken mij alleen maar zieker. Het is het niet de bedoeling dat de stagiair mijn plaats inpikt. Hij moet mij in het geheim vervangen. Ambitie is des duivels. Ik plop nog twee Dafalgans en ga ruimschoots over de toegelaten dagelijkse lepeltjes hoestsiroop heen.

Kandidaat-stagiairs mogen zich melden. Kort en bondig op schrift. Ik zal proberen of ik het nachtlampje aangeknipt krijg. Eén ding kan ik alvast melden: voor het geld hoeft de stagiair het niet te doen. Ik wil hem wel wat geven, maar alleen als ik mijn eigen winst eraf getrokken hebt. Zo ziek ben ik nu ook weer niet. Pasfoto’s hoeven overigens niet te worden ingesloten. Hoe de stagiair eruitziet, kan me niet schelen. Vooral omdat hij er wellicht toch beter uitziet dan ik. Ik ben de mogelijkheden van Photoshop al twee dagen voorbij. Hier staat deze week geen stuk. Ik ben zelf stuk.

(eerder verschenen in Vacature)

2 gedachten over “Stuk”

  1. stuur met eens een krabbeltje met uw handschrift, tante annie! wie weet kan zij ‘t ontcijferen,,,een lekker soepje maken kan zij dan ook, nog..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *