Taart met Allerheiligen

Ik heb nooit geloofd dat het kon, alle dagen denken aan een kind dat je nooit heeft aangekeken. Mijn moeder had het nochtans voorspeld. Zij denkt al bijna 40 jaar aan de grotere zus die ik had moeten hebben. Daarom huppelde ik ieder jaar met Allerheiligen opgewekt mee naar het sprookjeskerkhof. Want graven zo klein, die moesten wel van de kabouters zijn. Oh en die reuzen van coniferen, ze lokten je naar binnen in het land van de dode mensen. Opa! Nonk Jef met de snor! En de man die vroeger badkamers verkocht. (Dat verklaarde mijn vader altijd bij een doe-het-zelfgraf met witte keukentegels.)

 

Maar ergens moesten wij toch zwijgen, bij een marmeren rand zonder voornaam. Daar stond een gezin stil met een pot chrysanten, dat waren wij, twee ouders en twee zusjes waarvan er één ontbrak. Eerst sprak het tot de verbeelding, met die stenen beertjes ook, en zoveel kinderkopjes, allemaal in porselein gebakken. Later werd het gewoon raar. Wie krijgt nu een dood kind. En nog later vergat ik het helemaal. Alle dagen zeg! Een mens moet er de tijd maar voor hebben, voor zo veel spijt. Maar intussen weet ik al honderden dagen dat het vanzelf gaat. Het kost geen moeite. Het is iets wat erbij hoort. Het stoort weliswaar, maar het stoort zoals het hoort.

 

Jazeker, soms word ik ‘s morgens wakker met de vraag: Zou ik vandaag misschien een keer niet aan haar denken, maar dan is het eigenlijk al te laat. En soms droom ik ‘s nachts ook van de zorgen die ik niet heb. Dan zit ik ineens rechtop in bed om te twijfelen aan de voordelen die zoiets heeft, terwijl ik in het donker naar haar vader kijk. Hij is de bobbel onder de dekens en ik waak over hem. Er mag hem niets overkomen. Ze moeten hem met rust laten. Wie hem durft pijn doen, sla ik dood, met mijn scepter op de kop. Maar ik heb geen scepter. En ik heb ook niks te zeggen over zijn verdriet. Ik hou gewoon van hem, wat helemaal iets anders is.

 

Gelukkig zegt de haan van de buren dan kukeleku, dat hese beest, veel te vroeg, midden in de nacht. Die stomme, achtertuinse vogel -kan niet eens vliegen- weet meer dan ik. In het pikdonker is hij helemaal overtuigd van de dag die er niet is. En altijd krijgt hij gelijk. De bomen komen traag tevoorschijn en de steenweg begint opnieuw te zuchten. Mensen moeten naar hun werk en de dingen krijgen hun plaats terug, de gordijnen, de broek onder het bed en de lamp op het nachtkastje. Ik herinner me nog hoe verbaasd ik daarover was in het ziekenhuis. Er was een meisje dood geboren en daarna werd het gewoon weer licht!

 

Rotzon! Strontblauw! Hemelhel! Vrouwen met kinderkoetsen! Op de bus! Dat ze allemaal maar doen, dacht ik. Ik doe niet meer mee. Ik doe niks. Maar het maakte geen enkel verschil. Aha, heb ik toen besloten, als dat hier zo zit, hang ik mijn kar aan de dagen die voorbijgaan. Sindsdien laat ik me rondrijden in een land waarin ik nooit heb geloofd. Maar het gaat goed, het gaat vanzelf. Soms wuif ik zelfs al met mijn handje. Bijvoorbeeld naar mijn moeder. Koop een taart, roep ik dan, ik kom af met Allerheiligen.

 

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

9 gedachten over “Taart met Allerheiligen”

  1. Ja tuurlijk: taart met allerheiligen, en pannenkoeken met haar verjaardag, dat moet. En ook wel iets met Sinterklaas, maar geen stomme kaars, een écht speelgoedje, dat moet van haar zussen. Ze telt op alle momenten wél mee, altijd is ze er ook bij, ook op markt rock en in de fietstaxi in Parijs. Gelukkig heeft ze niet veel plaats nodig.
    En ja .. ondanks alles groeien er elk jaar weer krokussen.

  2. Erg mooi geschreven…dit is mij ook overkomen en wel op 2 november 1989 en inderdaad…ze is er altijd bij…en op haar verjaardag staat hier in huis een bos bloemen voor haar. Niet altijd kan ik haar graf op deze datum bezoeken omdat dat ligt aan de andere kant van nederland…

  3. Mooi, maar helaas ook herkenbaar voor mij. Nu al 20 jaar, nooit en tegelijk altijd bij mij.

  4. Ik lees je stukjes heel graag, ik moet er af en toe onbedaarlijk om lachen, ik herken het zo goed.
    Gisteren las ik je column in De Standaard en ik moest aan dit stukje denken…Heb het herlezen en ik vind dit zo mooi en ontroerend. Het getuigt ook van zoveel onmacht en verdriet. Mensen die ik niet ken ‘sterkte’ toewensen lijkt me wat vreemd, maar toch bij deze, sterkte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *