Takkelingen!

Bijna niemand weet wat een takkeling is. Ook bij mij heeft het meer dan 35 jaar geduurd. Nochtans is het een woord met mogelijkheden. Iets om boven te halen bij onmacht. Iets om te onthouden in het verkeer. Je zou het makkelijk kunnen uitspuwen na een vergadering. Takkeling klinkt als de kruising tussen een takkenwijf en een ellendeling. Of het zou een voetballer kunnen zijn. Zo iemand met een toiletzak van Louis Vuitton, die doet alsof hij ligt te creperen in het gras.

Maar goed, het heeft er allemaal niks mee te maken. Een takkeling is een uilenjong. Het hangt rond in de takken van de bomen omdat het nog niet kan vliegen. Bij Van Dale zeggen ze: Het woord is verkeerd gespeld of het staat niet in het gratis woordenboek. Kortom, takkeling is een woord waarvoor je moet betalen. Gelukkig geef ik het hier gratis weg.

Het viel voor het eerst toen we met de vogelclub op wandel waren. Iemand riep: Daar! Een steenuil! Met twee takkelingen! Ze zaten met zijn drieën te fronsen op een knotwilg in de zon, moeder uil en haar pluizenkinderen. Sindsdien kijk ik uit naar takkelingen. Ik zou zo graag nog eens een échte takkeling zien, in de wilde natuur, niet op Facebook bij zo’n mens dat gedurig bloemstukken met spreuken op haar tijdlijn zet, slecht gekadreerde kleinkinderen en voor de afwisseling ook eens takkeling.

Takkelingen zijn toffer dan dat. Maar dat ik erover zwijg! Straks is het een onderwerp op feestjes en verjaardagen, zit ik Kerstmis met een uilenverzameling. Per slot van rekening weten mensen weten nooit wat kopen, tot ze weten dat je iets met vogels hebt. Dan blijkt er na de zeven plagen van Egypte nog een achtste plaag te bestaan: vogelcadeautjes, met als orgelpunt ovenwanten in de vorm van een eend.
Laatst kreeg ik van een vriendin een paar oorbellen cadeau, een zilveren zwaluw links, een zilveren zwaluw rechts. Ik heb ze meteen opgesloten in een potje op de badkamer. Als lid van de vogelclub ga ik me nergens vertonen met zwaluwen in mijn oren! Ook al zijn er clubleden die er niet voor terugdeinzen.

Eddy heeft weliswaar geen gaatjes in zijn oren, maar als hij er had, zouden er zeker torenvalken in wonen. Eddy hééft het voor torenvalken. Hij kan er niet over zwijgen. Hij draagt zijn interesse uit. Eddy zit zonder verpinken in de vogelbus met een arendskop op zijn trui. Aan mij is de stijl niet besteed. Ik ga voor meer stijl, ook al doet het soms pijn, bijvoorbeeld toen ik vorige week in de stad een sweater zag met twee geborduurde takkelingen erop, helemaal in blinkende lovertjes. Het bloed steeg me recht naar de hebzucht. Bijna viel ik dood neer voor de kapstok. Ik wilde die sweater! Met die takkelingen! Maar ik heb het niet gedaan. Nee, ik ga niet door de knieën voor het vogelaccessoire. Alleen dit weekend ga ik nog één keer kijken of ze er nog hangen, die takkelingen. Tenslotte zijn het takkelingen. Op de duur komen daar toch uilen van die wegvliegen. En voor je het weet is het opnieuw 35 jaar wachten tot ik er nog eens eentje zie. Takkelingen dat het zijn!

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *