The power of pig

Pumba staat op de rand van mijn computerscherm met zijn staart omhoog. Het schijnt typisch te zijn voor wrattenzwijnen. Als ze bang zijn lopen ze weg met de staart gestrekt. Zo heb ik me althans laten vertellen. Want de wrattenzwijnen die ik in Afrika heb gezien hadden schrik van niks. Bij uitbreiding geen enkel dier op safari. Het kon verzamelde fauna allemaal niet bommen. De zebra’s keken naar de bus met dédain en de flamingo’s scheten het meer onder. Ik dacht nog: Aha, National Geographic in het écht. Maar op tv staan die gepensioneerden met hun sjieke camera’s nooit mee op het prentje. Daar filmen ze gewoon naast. Het wemelde van de toeristen aan dat meer. De magie van de natuurdocumentaire is voortaan verloren, omdat ik weet dat buiten beeld een camionette met toeristen staat.

Enfin, Pumba dus. Pumba is van hout, ebbenhout zogezegd. Het maakt me niet uit. Ik heb het beest sowieso tegen mijn zin gekocht. Het is een ellendig souvenir, iets waar ik helemaal niet aan herinnerd wil worden. De markt van Nairobi was een sof, een boobytrap voor witneuzen. Ik had me nochtans voorgenomen de poot stijf te houden. Ik ging niks kopen. Ten eerste verkochten ze niks wat ik mooi vond. Ten tweede heb ik thuis al zooi genoeg. En ten derde wilde ik niet pingelen, omdat ik niet kan pingelen. Thuis niet en op een ander al helemaal niet. Ik kost te weinig en ik betaal te veel. Altijd. Zo ook in Nairobi.

Het ging van Sister hier en Sister daar. Ze lieten me niet met rust. Een man met een baard wilde mijn geflapte tropenhoed ruilen voor iets naar keuze uit zijn stalletje. Follow me, zei hij. En ik met mijn stomme kop achter mijn eigen hoed aan. Ik wilde nondedju niks hebben. Ik wilde alleen mijn hoed terug. De man dreef me naar de grenzen van mijn goed fatsoen. Maar drie tellen later stond ik in een ander kraam toch een collier te passen. De kralen van het halssnoer waren van gerecycleerd papier gemaakt, gerold uit oude magazines. Hoe mooi! De eindigheid van letters die ik iedere week op een hoop typ! De mens zag meteen dat ik gecharmeerd was. Daarna ging het voorgoed mis. Hij had namelijk nog iets dat me zou kunnen interesseren: een schaal vol Pumba’s. Samen met de ketting voor maar 10 dollar. Ik kon niks met het varken doen en ik kon niks met de papieren parels doen, maar ik kocht ze toch. Gewoon voor tien dollar.

De marktkramer lachte hard, kuste me op mijn twee wangen en stelde me voor aan zijn broer en zijn zus. Zo’n stomme toerist hadden ze op de markt van Nairobi nog nooit gezien. Pumba en de parels werden in een oude gazet gedraaid en met de staart tussen de benen ging ik terug naar buiten.

Thuisgekomen heb ik Pumba tot mascotte gebombardeerd. Hij staat met zijn staart omhoog op mijn computer en ik aai hem driemaal daags opdat ik nooit meer met me zou laten sollen. Ik ben namelijk dringend toe aan een loonopslag. Ik wil meer voor hetzelfde. Ik ga het niet vragen. Ik ga het melden. This is the power of pig. En anders staat hier volgende week geen parel.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

2 gedachten over “The power of pig”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *