Tussen Marcy en mij

20140603-110157-39717231.jpgWablief, zei ze. Heb jij 24 dollar betaald om de miserie van 9/11 te zien! Zoveel geld! Wij zaten aan de toog van een Meatball Shop in New York, allebei alleen, allebei op gehaktballen aan het wachten. Marcy was een local, met een klein shortje en een pronte kont. Ik was een toerist, met mijn handtas schuins en een notitieboekje. Marcy swipete met haar gemanicuurde wijsvinger door mijn telefoon. Ze wilde de foto’s zien van het 9/11 Memorial Museum, nu dik een week open op Ground Zero. Maar Marcy ging niet kijken en al helemaal niet voor 24 dollar. Ze zat nog op school toen het gebeurde. Het leekt te onweren in de stad en het stof donderde tot in Alphabet City.

Ik durf te wedden dat je geen traan hebt gelaten in dat museum, zei ze. Geef toe! Ik gaf het toe. Ik was met natte ogen buiten gelopen in St. Paul’s Chapel, omdat er duizenden papieren kraanvogeltjes hingen, in dikke gekleurde slierten, gevouwen door verdrietige mensen. Maar het échte museum van 911 oversteeg mijn sentiment. Ik vond de sleutelbossen en de portefeuilles achter glas trouwens te persoonlijk en van geen museumwaarde. Typisch Amerikaans, dacht ik, dat opgeklopte melodrama. Terwijl ik me in een Berlijns museum wel liet raken door een kinderpoppetje. Ik zweeg. Marcy keek.

Djiezes, hebben ze die hele truck naar binnen gesleurd? Ja, zei ik. De gedeukte brandweerwagen had indruk gemaakt. De uitschuifladder was naar de grond gebogen, deemoedig bijna, om nooit meer naar de hemel te reiken. Het was kunst geworden, net zoals de Chelsea Jeans Shop, een compleet winkelinterieur uit de buurt. Achter glas werd het een ready-made van sales onder een dikke laag pulver. Debris, noemden ze het in het museum. Marcy zoomde in op de t-shirts met sterren en strepen. Ze fronste.

En toen moest het beeld van Auguste Rodin nog komen, één van de drie schaduwen, drie mannen bij de poort van Dante’s hel. Het bronzen lijf was twee keer verwrongen, één keer in de fantasie van Rodin en één keer voor echt, in de noordelijke toren. Er kraakte iets tussen kunst op kantoor en kunst in werkelijkheid. En tussen Marcy en mij liep een pijnlijk perspectief. Maar daarna namen we toch een selfie en aten we samen gehaktballen.

(eerder verschenen in De Standaard)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *