Twee bananen

Ik kan niet koken. Ik wil niet koken. En bij uitbreiding heb ik het in mijn huishouden zo ver geschopt dat ik niet meer mag koken. Eerst heb ik de wereld bedolven onder scheefgezakte quiche. Daarna heb ik iets gelapt met pesto post mortem. Koken is mijn stiel niet en het kan me niet schelen. Gastronomisch ben ik slecht opgevoed. Wij aten thuis met vieren van één Bistro Diner, vader, moeder en twee lieve zusjes. Voorts waren wij early adopters op keukengebied. Friet en zieke hen waren al vaste prik op woensdag en donderdag. Later werden daaraan toegevoegd: pita uit de Jerusalem en smos uit de Panaché. Nota bene in de jaren 80 al. Toen pita en smos nog nieuwigheden waren.

Enfin, intussen ben ik contractueel in huis gehaald door een man die kan koken, wil koken en moet koken. Zodoende heb ik alle pogingen om mij alsnog te bekwamen in de keuken gestaakt. Schaamteloos. Mijn moeder me niet heeft geleerd om me te schamen over schabouwelijke schotels. Voor de rest durf ik beweren dat mijn opvoeding een erg geslaagd geval van project management is. Maar vorige week gingen alle zekerheden aan het wankelen. Op vtm zijn ze namelijk al een poosje op zoek naar de beste hobbykok van Vlaanderen. Peter Goossens en Sergio Herman, samen goed voor zes Michelinsterren, proeven en oordelen.

In de eerste ronde verschenen er een hoop zogezegde prutsers ten tonele. Zo werd er bijvoorbeeld heel erg hard gelachen met een mijnheer die een schnitzel had klaargemaakt. Hij had een   varkensmignonet gekocht in de Carrefour en die met veel branie tot de driedubbele oppervlakte geklopt. Met een hamer. Mij leek het een erg gewaagd plan. Ik heb namelijk nog nooit zelf een schnitzel willen maken. Schnitzel, dat bestel ik gewoon, twee keer per jaar in het Eiffelgebergte.
De man zei dat zijn schnitzel dé hit was van de vriendenkring, maar het hielp allemaal niet. Zijn vlees was waardeloos. Punt. Het enige wat de man nog kon doen was de schande indijken. Het lukte hem niet. Je zag het aan zijn ogen. De schnitzel deed overal pijn. Ook bij mij. Nochtans ben ik door afkomst ongevoelig voor klachten uit de keuken.

Eén van de gevaarlijke eigenschappen van kritiek is namelijk dat zij een persoonlijk haakje heeft waar je makkelijk aan kunt blijven hangen. Bazen zeggen altijd dat je het heus niet persoonlijk moet nemen. Zij zweren bij de wetten van de fauna. Dieren twijfelen nooit aan zichzelf. Maar voor gewone mensen is het niet altijd even simpel. En dus sloeg ik tegelijk met de man van de schnitzel aan het twijfelen. Ik zat thuis voor de buis en ik hoorde de voordeur dichtslaan. De groeten nog, zwaaide mijn zelfvertrouwen. Ik bleef treurig en alleen achter, als was ik door een functioneringsgesprek geslagen. Terwijl, wat wil het nu eigenlijk zeggen als Peter Goossens of Sergio Herman je schnitzel niet kunnen smaken. Niks. Over de man van schnitzel niet en over mij al helemaal niet.

Gelukkig heb ik me na de ingebeelde evaluatie snel weer bijeengepakt. Met als waterdichte leuze: Ieder zijn stiel. En om mijn stelling kracht bij te zetten roep ik de heren Goossens en Herman gaarne op mij een opstel te bezorgen getiteld: Een mooie herfstwandeling. Het zou niet alleen troost bieden aan iedereen die bij kritiek soms twijfelt aan zijn zichzelf. We zouden er tesamen ook eens hartelijk om kunnen lachen. In ruil zal ik voor de sterrenchefs graag twee bananen pletten.

(Eerder verschenen in Vacature)

2 gedachten over “Twee bananen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *