Vechten voor Allerheiligen

Vroeger was het allemaal veel duidelijker. Op de eerste schooldag kaftte de hele klas boeken met bruin inpakpapier of oud behang van de zusters. In het eerste leerjaar leerde je lezen. In het tweede leerjaar borduurde je een turnzak. In het derde moest je een cactus breien met vier naalden. In het vijfde kreeg je Frans. (Papa fume une pipe. Maman ne fume pas une pipe.) In het zesde vertelden die van het PMS of je Latijn kon doen. Iedere eerste schooldag kreeg je nieuwe schoenen. ‘s Avonds ging je met je lijstje aanschuiven bij drukkerij Kerkhofs. Voor een groene balpen, plakkaatverf en een Venn-diagram om verzamelingen te tekenen. Daarna wist je dat je moest wachten tot 1 november, voor het eerste rapport en de herfstvakantie. Overigens alleen een verdiende herfstvakantie als je geen enkele zeven had op je rapport. Zo duidelijk was het vroeger.

Deze dagen weet ik van niks meer. Ik heb alleen nog de ring rond Brussel om te weten welke tijd van het jaar het is. Is de ring vlot berijdbaar dan besluit ik al ras dat het geen school is en de hel in Planckendael. Behalve als het donker is, dan valt ook op de ring alle kalenderoriëntatie uit. Een ander probleem is dat ik niet alle dagen op de ring kom en mij daardoor vaak door vrije dagen laat verrassen. De laatste keer dat het scheef liep was op 15 augustus jongstleden. Ineens nam niemand nog ergens de telefoon op. Moord en brand heb ik geschreeuwd. Dat het zo niet kon. Dat het zo niet ging. Moeder Maria en het wolkendek of niet, de blasfemie kon me niet schelen.

Ze hadden me er allemaal ingeluisd. Heel het land zat te picknicken in Planckendael en ik zat moederziel alleen op internet. Ik had het nochtans moeten voelen aankomen. Hoe iedereen ineens al het werk voor zich uit schoof en hoe de rest van het werk plotseling tegelijk vroeger klaar moest zijn. De valse goegemeente had in januari al een kruisje gezet en BBQ ingevuld op de kalender. En om het collectieve worstengebraad in alle comfort te laten plaatsgrijpen, had men gezamenlijk bedisseld dat ik het werk wel zou doen.

Het was de allerlaatste keer dat me zoiets overkwam. Gedaan met de fopperijen. Ik blader voortaan  ook vooruit in de agenda. Als iedereen zich in alle bochten wringt om met een Bongobon op verlengd weekend te kunnen, dan ga ik me niet laten kennen. De eerstkomende vakantie is de herfstvakantie. Ze begint op 24 oktober en ik doe mee. De dagen zijn gereserveerd en dicht geplamuurd. Met Allerheiligen steek ik geen poot uit en iedereen die met Allerheiligen ook wil luiwammesen, mag zich aan een gevecht verwachten. Idem trouwens voor de kerstvakantie. Ik ben op de hoogte. Vanaf 19 december is het prijs. Ook voor mij. Dat het duidelijk weze!

(eerder verschenen in Vacature, met Klaas)

5 gedachten over “Vechten voor Allerheiligen”

  1. Nu weet ik tenminste wat ik gisteren gemist heb. M’n koffie smaakt al helemaal anders.

  2. Lig weer even onder tafel. Van het lachen, weliswaar. Ik zie tante Annie weeral brullen en tieren op de Brusselse ring. Das wss geen lachtertje. Maar ongelooflijk de moeite, daar ben ik zeker van.

  3. lachertje … dat zal beter zijn. Alhoewel … sedert vandaag is de vervoeging: ik lach, jij lacht, wij lachteren. Moet kunnen aan het begin van het schooljaar.

  4. Het overkomt huisvrouwen ook. Eenzaam en alleen met je kinderen op een lege speelplaats en maar denken dat alle anderen mis zijn. De kalender van de Libelle is een probaat middel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *