Vergeef mij

Heer, vergeef mij, want ik heb naar de video van Turks Fruit gekeken toen mijn ouders naar de Makro waren. Heer, vergeef mij, want ik heb een gat gebrand in mijn donsdeken toen ik met mijn zaklamp een boek aan het lezen was. Ik heb een huistaak overgeschreven van Katleen Monard. En vergeef mij ook voor de Stammformen van Duits die ik niet ken. Ik heb mijn zus gebokst en mijn turnpak stinkt omdat ik het altijd in mijn turnzak laat zitten. Heer, vergeef mij omdat ik geen boterhammen met salami lust. Echt waar, Heer, ik heb overal spijt van. Ik verfoei al mijn zonden, niet alleen omdat ik uw straffen heb verdiend, maar vooral omdat ze U mishagen.

De Heer keek mij aan door de waterige oogjes van een pater uit het klooster tegenover de school. Hij lachte. En als hij lachte bewogen zijn vier voorste tanden. Ze hingen met een zilveren haak vast aan twee oude hoektanden. Losjes. Want na iedere zonde moest hij de vier porseleinen zwervers met zijn tong terug op hun plaats duwen. De hele klas zat al lang in de eetzaal, maar dat kon me niet schelen. Ik biechtte graag. Omdat ik er achteraf een verlicht gevoel van kreeg, een beetje à la Jezus op het meer van Galilea, maar dan met een geruite uniformrok op een speelplaats.

Intussen ben ik al twintig jaar een afvallige heiden. Na die laatste keer ben ik namelijk nooit meer gaan biechten. Ik wilde niet meer achter vlaggen aanlopen. Die met een kruis niet. En die zonder kruis niet. Aan mijn zonden heeft het evenwel nooit gelegen. Die zijn gewoon bij het oude gebleven. Net als als mijn verzuchtingen naar verlichting. Na mijn laatste biecht heb ik me nooit meer zo bevrijd gevoeld. Het is niet anders. Voortaan blijf ik zelf met alle miserie zitten. Het weegt bij wijlen aardig door. Vandaar dat ik hier deze week wil overgaan tot een publieke bekentenis. In de hoop dat het oplucht. Zonder tussenkomst van een pater met vier valse snijtanden.

Er ligt iets op mijn lever. Er knaagt iets aan mijn geweten. Ik heb mij professioneel misdragen. Het zit zo. Sinds een week of drie is het jaar van de opleidingscheque weer aan de rol. Duizenden werknemers hebben zich ingeschreven voor cursussen allerlei, van Italiaans tot digitale fotografie. En websites bouwen voor beginners. Een collega van mij is ermee bezig. Iedere dinsdagavond bouwt zij websites, met een programma dat Dreamweaver heet. Ik weet er alles van, wat véél meer is dan ik zou willen. Iedere woensdag krijg ik een volledige update over hoe zij al een uitklapbaar menu kan maken. Het kan mij allemaal niet schelen, maar zij ziet mijn non-verbale signalen niet.

Daarop heb ik een vals e-maildres aangemaakt: natasjabollen@gmail.com. Daarmee surf ik geregeld naar de zelfgebouwde website van de betreffende collega (nota bene over gezelschapsspellen!). Ter plaatse vul ik een feedbackformulier in met felicitaties voor de mooie opmaak en het verzoek of zij wil meebouwen aan de website van Natasja’s Place, een massagesalon in Scherpenheuvel. Helaas heeft mijn collega nog geen enkele keer gereageerd. Intussen hoeft het ook niet meer, want ik voel mij zo schuldig als iets. Zonder Heer en pater, kan ik alleen nog hopen dat de lezer mij vergiffenis schenkt. Dames en heren, houd allemaal uw tanden aan en vergeef mij.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

Een gedachte over “Vergeef mij”

  1. Uw zonden zijn u vergeven mijn kind maar ge moet uw leven wel dringend beteren!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *