Weg met de gsm

Oh ja, het was een hoogtepunt in mijn jonge leven. Ik hing aan de toog van een muf jongerenhol, met een telefoon. Niemand had een telefoon. De telefoon hing met een draad achter de deur van het bierhok. Maar bij mij stak een antenne uit het zakje van mijn jas. Iedereen gezien? Voortaan viel ik onafhankelijk overal te bereiken. Ik zou nooit meer proletarisch staan wachten bij een telefooncel. En ik zou me dien verstande nooit meer ergeren aan de drie uitgeleurde snaren van de straatmuzikant. Ik weet nog goed dat ik Jaak Pijpen moest bellen voor een rubriekje dat “Het favoriete voorwerp van…” heette. Op de achtergrond stond een sextet van gebreide truien en panfluiten. Daardoor moest Jaak Pijpen wel drie keer herhalen dat hij helemaal geen favoriet voorwerp had.

Enfin, met een gsm zou het mij niet meer overkomen. Het was een hele grote, zwarte Philips, een dinosaurus avant la lettre, bij voorbaat een erfstuk van het moderne leven. Maar toen had niemand iets in de gaten. Mobiele telefoons waren een rariteit. Geen mens had een telefoon voor zichzelf in die tijd, behalve ministers, bazen en andere stoefers. Het geval wilde echter dat ik het hele weekend bereikbaar moest zijn, voor Het Belang van Limburg. Ze hadden mij nodig zoals ze toen bijna niemand nodig hadden. Dacht ik. Desalniettemin, de ingebeelde onmisbaarheid was me een plezier. De telefoon bewees dat het goed ging met mijn carrière. En als ze belden dat ik moest komen liep ik gelijk een wilde naar de auto van mijn moeder. Binnen het kwartier stond ik op de redactie. Met dank aan de mobiele telefonie.

Het geluk van de gsm is helaas een kwetsbaar geluk gebleken, zo kwetsbaar dat er niets meer van overblijft. Als er nu iemand belt, trek ik op voorhand al krom van verontwaardiging. Dat ze mij durven bellen! Onverwacht ook nog! Of ze niet gewoon in stilte kunnen mailen! Ik weet niet waar de gramschap vandaan komt, want de meerderheid van de oproepen valt reuze mee. Waarschijnlijk is het een eigenaardig mengsel van verzadiging, stress en schrik voor de verschrikkelijke zeur uit de bergen van Blablatië. Bij de eerste toon van de telefoon schiet ik standaard in paniek. Ik had het van mijn leven nooit durven voorspellen, maar géén gsm is de nieuwe luxe.

Zo ver als Herman Van Molle zou ik het evenwel niet willen drijven. Die heeft e-mail noch telefoon. Om hem iets te vertellen moet je hem tegenkomen of je moet hem een brief sturen. Maar het systeem Bart Peeters lijkt me wel wat. Hij was laatst op televisie mét zijn broer en zonder gsm.  Ik kreeg meteen alle kleuren van afgunst. Want Bart Peeters hééft geen gsm. Zijn broer neemt alle telefoons voor hem op. Dat wil ik ook: géén telefoon en wel een manager. Ook al omdat een manager meer doet dan alleen maar de telefoon opnemen. Hij maakt afspraken, vertelt wanneer wat klaar moet zijn en komt je desnoods halen zodat je altijd en overal op tijd bent. Hij houdt de knip op de planning en likt de tarieven uit tot op de bodem. Want als hij goed is, verdient hij zichzelf terug. Zo iemand, dáár ben ik naar op zoek, in plaats van een gsm als nieuw hoogtepunt in mijn jonge leven.

(eerder verschenen in Vacature)

8 gedachten over “Weg met de gsm”

  1. Ik weet niet welk merk en model je hebt (van gsm, bedoel ik), maar ik heb er een gekocht met een knopke om hem uit te zetten. Dan mag hij altijd en overal mee. Als hij zijn toeter maar houdt. “Buiten de uren” moet hij zwijgen tot ík spreek. ‘t Is maar als je met een dubbele enkelbreuk in een gierenkolonie in de Spaanse Pyreneeën ligt te wachten op hulp, dat hij van zijn galoshen mag maken zoveel hij wil…

  2. Wat schuift dat, manager van de tante worden?
    ‘t is maar dat ik afgestudeerd ben als filosofe en dus een werkloze toekomst tegemoet ga :o).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *