Wieltje, ventieltje en reutemeteutje

Wieltje, ventieltje en reutemeteutje, ik weet niet hoe ik het fiksen moet. Er zit een dingetje met een draadje aan de zijkant, maar ik durf er niet aan te draaien. Nochtans trap ik door in tweede. Het is geen doen. Eén van de dagen val ik al mijn tanden kapot. Bergop schiet de schrik mij in de benen. Zelfs plat is het vertrouwen zoek. En al mijn lichtjes maar flikkeren. De spondeligger heeft voor de veiligheid een hele collectie lampjes op mijn fiets gebonden, van de Hema en van Zeppe en Zikki. Het is niet professioneel. Het geeft geen blijk van een carrière. Want wie ambitie heeft, heeft een nieuwe fiets, een dure fiets, een snelle fiets en gaat na de kilometers aan de toog zitten met een bruine streep op zijn rug. En wie zelf niet fietst, praat graag over de fiets.

Wieltje, ventieltje en reutemeteutje, ik heb mijn fiets voor mijn plechtige communie gekregen. Het is een Brighton van bij André Janssen, die in 1949 mee reed in het Belgisch kampioenschap voor militairen. Hij koerste met Martin Vangeneugden uit Zutendaal, die zes etappes in de Tour heeft gewonnen. Zés! En voor de zesdaagse van Brussel trainden ze samen. Martin op de fiets, André op de brommer, een Derny. Aha, mijn officiële fietsenmaker. Zolang hij leeft, blijf ik trouw. Daarna misschien ook nog. Trouwens, die Chinezen lassen alleen maar. Terwijl mijn buizen zijn gemonteerd met koppelstukken. Het geeft geen blijk van mijn carrière. En bespaar me de rest van de geartalk en de techzwam. Een nieuwe naaf kan mij niet schelen. Waterdichte overschoenen, kliksysteem en zwarte kousenbroek ook niet.

Wieltje, ventieltje en reutemeteutje, de poëzie van de flandrien gaat aan mij voorbij. Het gedokker op de kinderkoppen, de ingekaderde wielertrui met condens aan de binnenkant van het glas en de doorgebeten karakterkop van Eddy Merckx, het kan me niet verdommen. Er is er maar eentje die erin slaagt om me een heel klein beetje spijt te laten voelen: Karl Vannieuwkerke. Of die types van Belga Sport. Maar meestal moet ik er gewoon van zuchten. Op de fiets word ik terug mens, hoorde ik een hoge pief eens op de radio zeggen. Ik kan het met de beste wil van de wereld niet ernstig nemen. Het geeft geen blijk van mijn carrière. Het enige wat ik leuk vind is het peertje in de oksel van ene Pollentier. Daarmee pompte hij een proper plasje tevoorschijn. Hij pieste de vogeltjesdans, die Pollentier. Hahaha.

Wieltje, ventieltje en reutemeteutje, ik word ziek van zoveel quizvragen. Ook al voorspellen de juiste antwoorden een prachtige loopbaan, iets met macht, iets in de media, iets met veel geld. Komaan! Wie ontplofte in 1978 op de poggio? Wie stierf op de Mont Ventoux in de Tour van 1967? En hoeveel nullen ging Contador in de Clenbuterol? Ik weet het niet en ik wil het niet weten. Ik ben geen partij op de fiets. En over de koers heb ik ook niets te melden, behalve dat ik doortrap in tweede. Het geeft geen blijk van een carrière. Wieltje, ventieltje en reutemeteutje, ik rammel maar raak. En Wouter Vandenhaute wil niet met mij gaan eten.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *